| Uitkomst voor verslaafde jeugd |
|
|
|
| zaterdag, 04 februari 2012 00:00 | |||
|
Case manager Naomi Rogers.
Brillen die laten zien hoe het voelt wanneer je aan het trippen bent, foto’s van uitgemergelde drugsverslaafden en een levensechte joint: Fundashon pa Maneho di Adikshon (‘stichting voor verslavingszaken’) doet er alles aan om jongeren vanaf negen jaar op een uitdagende manier bewust te maken van de gevaren van alcohol en drugs. ‘Het is cool om niet te gebruiken’, dat is de boodschap. Ondanks alle inspanningen stijgt het aantal verslaafde jongeren op Curaçao echter gestaag. Voor hen biedt het afkickproject ‘Bo ta Uniko’ uitkomst. Tekst en foto’s: Lisette Wellens Dinsdagochtend 10.30 uur. Rishanette Martis (20) vult een grote tas met allerlei promotiemateriaal. Vanochtend zat ze nog bij een hoorcollege op de University of Curaçao, deze middag gaat ze voorlichting geven op het Kolegio Annie Koenraad in Tera Cora. “Ik ben nu drie jaar peer-educator en geef ongeveer twee keer per week een presentatie”, vertelt ze. “‘s Middags ben ik vaak vrij en in die uurtjes wilde ik graag wat positiefs doen voor de maatschappij.”
Fundashon pa Maneho di Adikshon (FMA) is één van de drie overheidsinstanties voor verslavingszorg op het eiland. Binnen de stichting werken nog veertien andere jongeren zoals Rishanette. Sinds 2007 geven de peer-educators elke werkdag wel ergens voorlichting. Niet alleen scholen worden bezocht: ook energie- en waterbedrijf Aqualectra en de Bon Futuro-gevangenis kregen uitleg over de gevaren van drugs, alcohol en tabak. “Maar voorkomen is natuurlijk beter dan genezen”, meent Martis. “Daarom richten we ons voornamelijk op jongeren.” Dat is ook wel nodig. Afgelopen jaar waren er namelijk 150 jongeren in behandeling bij FMA. Sinds oktober vorig jaar doet een deel van hen mee aan ‘Bo ta Uniko’ (‘Jij bent Uniek’), de afkickcursus van FMA. Case manager Naomi Rogers (21) begeleidt het project. Volgens haar is de huidige deelnemersgroep slechts het topje van de ijsberg. “Specifieke cijfers hebben we niet maar het aantal verslaafde jongeren blijft stijgen. De gemiddelde leeftijd ligt tussen de 15 en 23 jaar, maar ik heb ook al eens een jongen van twaalf behandeld. Drugs zijn gemakkelijker te krijgen. Vroeger moest je met een bepaalde man naar een bepaalde wijk, nu ligt het bijna op straat.”
‘Bo ta Uniko’ is bedoeld voor jongeren tussen de twaalf en zeventien jaar die regelmatig met drugs experimenteren, verslaafd dreigen te raken of dat al zijn. Ze zetten zich af tegen hun omgeving en blokkeren hun eigen emoties door te gebruiken. Negen van de tien deelnemers zijn jongens. “De meeste jongeren worden vanuit hun school of via de reclassering naar ons doorverwezen”, zegt Rogers. “Gemotiveerd zijn ze daardoor niet. Ze zien het traject als een verplichting en komen vaak niet opdagen.” FMA biedt alleen ambulante zorg. De jongeren zijn dus niet verplicht om een sessie te volgen en er is veel doorzettingsvermogen nodig om de behandeling af te maken.Tijdens de drie maanden die ‘Bo ta Uniko’ duurt wordt geprobeerd de deelnemers hun eigenwaarde terug te geven en ze volledig af te laten kicken. Soms gebeurt dit in een groep, soms op individueel niveau. “Alleen naar hun verhaal luisteren kan soms al heel veel doen”, meent Rogers. “De jongeren zijn stuk voor stuk beschadigd en reageren in eerste instantie vaak onverschillig. Pas na een tijdje breken ze open.” Om de tieners zoveel mogelijk bij de behandeling te betrekken maakt Rogers de bijeenkomsten zo dynamisch mogelijk. “We werken veel met rollenspellen. Ook nemen we de deelnemers vaak mee naar de stad om te laten zien hoe het hen zou kunnen vergaan. Een choller die uit de vuilnisbak eet maakt meer indruk dan een verhaaltje op papier. We werken verder met een beloningssysteem om het gebruik in de gaten te houden. Sjoemelen zit er daarbij niet in, want de jongeren worden elke week getest.”
De meeste jongeren die Rogers behandelt zijn verslaafd aan marihuana. “Er wordt altijd beweerd dat die drug niet echt verslavend is, maar ik zie dagelijks het tegendeel. De jongeren zijn geestelijk afhankelijk van een joint. Als ze niet roken kunnen ze niet functioneren.” Bovendien gebruiken veel jongeren ongemerkt andere drugs. “Een mix van marihuana en coke wordt vaak verkocht als marihuana. Een joint wordt hierdoor ook lichamelijk verslavend. Om dit soort zaken te voorkomen proberen we jongeren zo bewust mogelijk te maken.” Ook Aaron Virginie (21), die samen met Rishanette Martis voorlichting geeft over drugs, alcohol en tabak kan meepraten over de onwetendheid van sommige jongeren. “Veel kinderen hebben er geen idee van wat de consequenties van het gebruiken van drugs zijn. Ze weten het verschil tussen een peuk en een joint soms niet eens, maar zijn wel heel nieuwsgierig.” Om alle vragen te kunnen beantwoorden hebben alle peer-educators gedurende een week verschillende trainingen gehad over allerlei soorten drugs en hun eigenschappen. Ook volwassenen zijn volgens Aaron niet altijd even goed op de hoogte. “We geven soms ook voorlichting aan groepen ouders met kinderen tussen de twaalf en achttien jaar. Veel moeders hebben geen idee wat er in de wereld van hun kind gebeurt terwijl zij door het stellen van de juiste vragen en het tonen van interesse juist een sleutelrol kunnen spelen.”
Wanneer de jongeren die meedoen aan ‘Bo ta Uniko’ gedurende een maand helemaal clean zijn, kan het project worden afgesloten. De kans op een terugval is echter groot. Volgens Rogers komt dit vooral door een gebrek aan steun van hun familie. “Als de jongeren van thuis horen dat er nog steeds van ze gehouden wordt is de slagingskans veel groter. Helaas kom ik dat soort gevallen maar weinig tegen.” Het gebruiken van drugs is namelijk één van de grootste taboes op Curaçao. Dat blijkt volgens analist Ana Maria Pauletta uit het onderzoek naar alcohol- en drugsgebruik dat ze in juni 2010 in opdracht van de FMA en de GGD uitvoerde onder schoolgaande jongeren tussen de 10 en 18 jaar. Twee procent van de scholieren van het basisonderwijs geeft aan dat ze ooit een keer marihuana hebben gebruikt. Bij scholieren uit het voortgezet onderwijs ligt dit aantal op vier procent. Verder geeft 29 procent van de respondenten aan het niet te zullen invullen wanneer ze daadwerkelijk marihuana gebruiken. “De antwoorden zijn twijfelachtig”, vertelt Paulina. “Het gebruik ligt waarschijnlijk veel hoger. Alcohol drinken wordt onder jongeren gezien als stoer, marihuana roken niet. Het is illegaal en daardoor niet geaccepteerd.” De jongeren die bij FMA in behandeling zijn durven volgens Rogers zelf vaak niet eens toe te geven dat ze verslaafd zijn. “Not in my family is het motto. Over je problemen praat je niet. Wanneer we merken dat een jongere echt veel moeite heeft om naar ons toe te komen, maar wel graag wil stoppen met gebruiken, gaan we soms naar hem toe.”
Naast haar werk voor ‘Bo ta Uniko’ en ‘Unidat pa Adulto’ (Eenheid voor Volwassenen), een afdeling binnen FMA die zich richt op volwassen verslaafden en hun familie, is Rogers bezig met het ontwikkelen van een trainingsprogramma voor kinderen van verslaafde ouders. Vanaf mei hoopt de case manager met de eerste groep te kunnen starten. Dat het niet gemakkelijk zal worden beseft ze heel goed, maar dat haar werk nut heeft weet Rogers wel zeker. “Het is moeilijk maar ik geef niet op. Als je één iemand kan beïnvloeden die met zijn nieuw vergaarde kennis weer een ander beïnvloedt dan heeft het al zin gehad. Desondanks hoop ik natuurlijk dat we met ons werk nog veel betere resultaten boeken.” Peer-educators Aaron en Rishanette.
Rishanette demonstreert ‘smoking Sue’, een pop die laat zien hoe teer zich in je longen ophoopt wanneer je rookt.
|











