Home Ñapa Ñapa Hugenoten in diaspora
Hugenoten in diaspora PDF Afdrukken E-mail
vrijdag, 01 maart 2013 18:00
Een brug in Zuid-Afrika over de droge rivierbedding die is genoemd naar Jan Joubert: een hugenotennaam die ook op Curaçao voorkomt.

Tekst en foto’s: Marius Bremmer Namen als Joubert en Beaujon kom je op Aruba en Curaçao tegen in het bedrijfsleven, maar ook in de ledenlijst van protestantse kerken. Deze families stammen af van Franse hugenoten, vluchtelingen die in de zeventiende eeuw de wijk namen naar Nederland en naar Nederlandse koloniën zoals de Antillen, Suriname en Zuid-Afrika. Daar vonden ze, net als joden, godsdienstvrijheid.

Door het werk van de Zwitserse kerkhervormer Johannes Calvijn, wendden veel Fransen zich in de 16e en 17e eeuw af van de rooms-katholieke kerk. De Franse ‘Calvinisten’ werden hugenoten genoemd. In het voornamelijk katholieke Frankrijk braken rond 1562 bloedige godsdienstoorlogen uit tussen de gevestigde rooms-katholieke orde en de nieuwe protestanten. Hierbij werden vele protestantse tegenstanders vermoord. Vooral de bloedige zogenoemde ‘Bartholomeusnacht’ in 1572 kostte veel hugenoten het leven.


Edict van Nant
es

Aan het eind van de vervolgingen, op 13 april 1598, vaardigde de Franse koning Hendrik uiteindelijk het ‘Edict van Nantes’ uit. Dit gaf de hugenoten hun zo begeerde vrijheid van godsdienst. Koning Hendrik was zelf een voormalig hugenoot. Hij had zich echter tot het katholieke geloof moeten bekeren, anders verloor hij zijn rechten op de Franse troon.

De hugenoten kregen het recht hun geloof uit te oefenen en in een paar Zuid-Franse steden kregen ze garnizoensrecht: ze bouwden er forten. Koning Hendrik wilde op deze manier een einde maken aan de bloedige godsdienstoorlogen. Vanaf toen kregen de hugenoten gewetensvrijheid in heel Frankrijk en volledige burgerrechten zoals vrije handel, erfrecht, toegang tot ambten en onderwijsinstellingen. Ook kregen ze het recht godsdienstoefeningen te houden in kerken of kastelen, behalve in Parijs. In de streek Languedoc waren de hugenoten zelfs in de meerderheid.

Even leek het goed te gaan. Maar dat was niet van lange duur. Kardinaal de Richelieu, een Franse geestelijke en staatsman, ontnam de hugenoten in het jaar 1629 een groot deel van hun pas verkregen rechten. De hugenoten waren volgens hem samenzweerders en vaak betrokken bij opstanden. Het ging van kwaad tot erger, en er kwam grote druk op de toenmalige koning Lodewijk XIV. Uiteindelijk vond hij geen andere uitweg meer dan het Edict van Nantes weer in te trekken. De hugenoten werden ontslagen uit openbare ambten, verstoten uit gilden en protestantse scholen werden opgeheven. Daarnaast moesten ze onterecht hoge belastingen gaan betalen. Vanaf toen, in 1685, waren de hugenoten vogelvrij verklaard. Ze vluchtten massaal naar Nederland, Engeland en de Kanaaleilanden om zo te ontkomen aan hun vervolging. Daarna waaierde men uit naar andere protestantse landen als Zwitserland, Zuid-Afrika, Suriname en Curaçao. Een groep hugenoten stichtte in Amerika in 1689 de stad New Rochelle, in de buurt van New York. In deze stadsnaam weerklinkt de echo van de Franse stad La Rochelle. Vele emigranten stichtten elders aparte Franstalige kerkgemeenten, zoals de ‘Waals Hervormden’ in Nederland.

 

Tussen 1680 en 1720 ontvluchtten waarschijnlijk zo’n 150.000 Franse protestanten hun vaderland. Ongeveer 35.000 à 50.000 van deze hugenoten kwamen naar Nederland. Veel Nederlandse steden waren blij met deze vluchtelingen vanwege hun geld, kennis en contacten. Door hun komst kreeg de economie een stevige impuls. De hugenoten kregen dan ook allerlei gunstige rechten. Velen maakten carrière. Onder hen was de architect Daniel Marot. Hij introduceerde de barokstijl in Nederland en ontwierp onder meer het trappenhuis van Paleis Het Loo bij Apeldoorn, door stadhouder Willem III bedoeld als tegenhanger van het paleis van Versailles van Lodewijk XIV. Dat was immers een grote rivaal van de protestantse Willem in de Europese politiek van die tijd. Marot ontwierp ook een aantal fraaie Haagse woonhuizen aan het Lange Voorhout en de Vijverberg. Hij was de ontwerper van de Trèveszaal van het Haagse Binnenhof. Toen na enige tijd bleek dat de migranten niet allemaal rijk waren, kwam er kritiek los. Bovendien werden de vluchtelingen belachelijk gemaakt om de manier waarop ze gekleed gingen en vanwege hun spraak. De Nederlanders vonden de Franse nieuwkomers wuft en arrogant. Daar kwam bij dat ze lang vasthielden aan de Franse taal in hun eigen (Waalse) kerken en ze trouwden binnen hun eigen kring. Pas decennia later veranderde dit. Franse namen kregen toen een Nederlandse vertaling. La Blanche werd De Wit; de familie Toquet heette voortaan Tokkie. Tegenwoordig staan Tokkies in Nederland bekend als volks en onaangepast, ooit was het een deftige en Franssprekende familie.


‘Kwade gees
t’

Tot slot: er zijn vele verklaringen voor de benaming ‘hugenoot’. Het zou kunnen dat het te maken heeft met ene Besançon Hugues. Hij was de leider van een opstand in het Zwitserse Genève. Het woord hugenoten zou ook kunnen afstammen van het Franse woord ‘hugon’. Dit Franse woord betekent zoveel als ‘kwade geest’. De katholieken gebruikten het in eerste instantie als scheldwoord. Later namen de protestanten de naam zelf over. Volgens versie drie zou het woord hugenoot dan weer een verbastering van het Duitse woord Eidgenossene zijn. Met dit woord wilden de Franse rooms-katholieken het niet-Franse karakter van het protestantisme benadrukken.

Pas veel later, in 1848, ontstond er weer voorzichtig een gereformeerde kerk in Frankrijk zelf. Deze kreeg een extra impuls na de Eerste Wereldoorlog, toen Elzas-Lotharingen bij Frankrijk werd gevoegd. Vandaag de dag heeft de Église Réformée de France zo’n 350.000 leden.

 

Kadertje 2

 

Hugenoten in Zuid-Afrika

Een belangrijke groep hugenoten vertrok naar Zuid-Afrika. Daar werden ze door de Nederlandse heersers verspreid om beter te integreren in de bestaande kolonie. Toch valt in plaatsen als Stellenbosch en Franschhoek bij Kaapstad duidelijk de Franse sfeer te proeven. Daar staat ook een monument en een museum voor de hugenoten. Straatnamen werden vernoemd naar Franse steden. De blanke Afrikaners (voor ongeveer een vijfde) en de gemengde ‘kleurlingen’ van Zuid-Afrika stammen voor een niet onbelangrijk deel van de hugenoten af. Dat blijkt ook uit hun achternamen als Terblanche, Viljoen, De Klerk, Marais, Du Plessis, Du Preez, De Villiers, Du Toit, Labuschagne of Naudé. Zuid-Afrika heeft onder meer het ontstaan van haar wijncultuur in grote mate aan de hugenoten te danken.

 

Kadertje 2

 

Hugenoten in Suriname

Het verhaal van een Surinaamse hugenotenfamilie wordt beschreven in de beroemde historische roman De stille plantage (1931) van de Surinaamse schrijver Albert Helman. Veel later spelen hugenoten ook een hoofdrol in de roman Ma Rochelle Passée, Welkom El Dorado (1996) van Cynthia McLeod. De roman vertelt de geschiedenis van een hugenotenfamilie die in het 19e-eeuwse Suriname steeds meer ‘gekleurd’ raakt. De plantagekolonie is in verval, in 1863 wordt de slavernij afgeschaft. In 1873 komen er Brits-Indische contractarbeiders en nog later leeft het land op door de goldrush. De roman volgt de familie Couderc en hun slaven in hun wel en wee. In al de onderlinge verbintenissen wordt duidelijk hoe zeer afkomst en dus huidskleur deze steeds Surinaamser wordende familie bepalen.

De protestantse hugenoten vonden aansluiting bij de ‘Nederduitse’ gereformeerden in Zuid-Afrika, hier in Franschhoek.
Tekst en foto’s: Marius BremmerIn het Zuid-Afrikaanse Franschhoek streken veel hugenoten neer. Ze vermengden zich met de lokale bevolking. Veel ‘kleurlingen’ in Zuid-Afrika stammen dus af van Franse hugenoten. In het stadje Franschhoek is een hugenotenmonument, een mooie achtergrond voor een bruidspaar.Door het werk van de Zwitserse kerkhervormer Johannes Calvijn, wendden veel Fransen zich in de 16e en 17e eeuw af van de rooms-katholieke kerk. De Franse ‘Calvinisten’ werden hugenoten genoemd. In het voornamelijk katholieke Frankrijk braken rond 1562 bloedige godsdienstoorlogen uit tussen de gevestigde rooms-katholieke orde en de nieuwe protestanten. Hierbij werden vele protestantse tegenstanders vermoord. Vooral de bloedige zogenoemde ‘Bartholomeusnacht’ in 1572 kostte veel hugenoten het leven.Edict van NantesAan het eind van de vervolgingen, op 13 april 1598, vaardigde de Franse koning Hendrik uiteindelijk het ⁅dict van Nantes†uit. Dit gaf de hugenoten hun zo begeerde vrijheid van godsdienst. Koning Hendrik was zelf een voormalig hugenoot. Hij had zich echter tot het katholieke geloof moeten bekeren, anders verloor hij zijn rechten op de Franse troon. De hugenoten kregen het recht hun geloof uit te oefenen en in een paar Zuid-Franse steden kregen ze garnizoensrecht: ze bouwden er forten. Koning Hendrik wilde op deze manier een einde maken aan de bloedige godsdienstoorlogen. Vanaf toen kregen de hugenoten gewetensvrijheid in heel Frankrijk en volledige burgerrechten zoals vrije handel, erfrecht, toegang tot ambten en onderwijsinstellingen. Ook kregen ze het recht godsdienstoefeningen te houden in kerken of kastelen, behalve in Parijs. In de streek Languedoc waren de hugenoten zelfs in de meerderheid. Even leek het goed te gaan. Maar dat was niet van lange duur. Kardinaal de Richelieu, een Franse geestelijke en staatsman, ontnam de hugenoten in het jaar 1629 een groot deel van hun pas verkregen rechten. De h
Boekomslag van de roman van Cynthia MacLeod over hugenoten in Suriname.
De Bordeauxstraat.