Home Ñapa Ñapa Shrinivási: 'Over iets en zijn waarom'
Shrinivási: 'Over iets en zijn waarom' PDF Afdrukken E-mail
vrijdag, 01 maart 2013 18:00

Eindelijk is het dan weer zover: nieuwe gedichten van Shrinivási. Ter ere van zijn 86e verjaardag, gepubliceerd tezamen met een kleine bloemlezing van eerder verschenen gedichten. Onder de titel ‘Hecht en Sterk’. Deze verzameling lijkt als gemeenschappelijke noemer te hebben: eenvoud. Of beter: verradelijke eenvoud.

Tekst: Brede Kristensen De dichter wil iets vertellen over een alledaags gebeuren, in eenvoudige woorden. Zo eenvoudig dat je soms even moet lachen. Kinderlijk bijna. En dan, plots een wending die aan het alledaagse een onverwachte betekenis geeft. Of beter, die een ternauwernood verborgen betekenis ineens in lichterlaaie zet. We zagen het eigenlijk wel, vaag onbewust, maar nu zien we het bewust-existentieel. De wending wordt geaccentueerd door een verandering van ritme, een sneller ritme, dat onze aandacht mobiliseert. Shrinivási houdt van wendingen of ontknopingen. In vroeger jaren was hij vooral scherp en gaf de wending ons een kritische por in de rug, ons de ogen openend voor maatschappelijke, politieke of culturele misstanden. De werkelijkheid die eerst zo comfortabel leek, komt hardvochtig en onverzoenlijk uit de hoek. Later, bij publicatie van Sangam (Ontmoeting) leek hij sterker uit te zijn op verzoening van tegendelen, op ontmoeting dus. Met mensen uit verschillende culturen, puttend uit verschillende bronnen van betekenis die toch iets gemeen hebben. Daarom noemde Hugo Pos hem de dichter van de ontmoeting.

Kolibrie

Thans is de wending erop gericht ons vermogen het ondoorgrondelijke bestaan te aanvaarden zoals het is, als een wonderlijk lichtend mysterie. Om te zijn zoals de kolibrie, een gast, dapper de bron van leven aanborend:

Jij schone gast

boodschapper van licht en vreugde

die bloesems

aftast

met je naalddunne snavel

de bron van leven

aanborend

 

dappere kolibri

ver uit mijn jeugd

terug

hier

in alle licht

en luister

 

Simpeler en lichter kan een gedicht niet zijn. Maar laten we de regels tot ons doordringen, dan staat er zoveel meer dan we op het eerste gezicht zouden denken. Onze status hier op deze planeet als gast, onze pogingen de bron van het leven aan te boren, ruw zoals meestal of, zoals de kolibri, aftastend in plaats van koloniserend destructief, voorzichtig en dapper met een naalddunne snavel de bron intact latend, boodschapper zijn van iets dat groter is dan ons hart, licht en vreugde. En dan de wending, het besef ervan, waardoor alles ineens in licht en luister lijkt te baden.

Motto’s en geestverwanten

De bundel bevat een ruime 40-tal gedichten in 5 hoofdstukken gegroepeerd, ieder met hun eigen motto. Het begint met een citaat van Albert Helman: ‘Het is goed eenzaam te zijn, want de eenzame geeft acht op de stilte’. De rode draad. Dan een motto ontleend aan een gedicht van de Surinaamse dichter Trefossa over kleine dingen die het leven aan de kant heeft gegooid, maar die zich als gouden parels in onze ziel hechten. Waarop een gedicht volgt over ‘een nieuwe leegte bewonen’ met herinneringen aan zijn gestorven ouders en andere gedichten die iets uit zijn jeugd laten opblinken. Dan verrassend–niet-verrassend een gedicht van Luis Daal, zonder twijfel eveneens een geestverwant, met zijn zoekende natuur-mystiek, alsof Guido Gezelle in het Caribisch gebied in onze onzeker-moderne tijd is opgestaan en voortleeft. Beide beleven de werkelijkheid als een venster dat uitzicht biedt op een hogere werkelijkheid:

Mi tin gana’i deskrubi

bida intimo di kada kos

papia ku esensia

di tur yerba den kunuku

 

(Ik wil zo graag ontdekken

Wat diep in alles leeft,

en spreken met de ziel

Van ieder kruid op het veld)

 

In het hoofdstuk dat hierop volgt zijn er gedichten, alsook passages en woorden in het Papiamentu, Sranan en Sarnami, op ongeforceerde wijze ingeweven in het Nederlands. Uniek kenmerk van Shrinivási trouwens, al die talen vervlochten met elkaar, zonder dat het storend is. In andere hoofdstukken nog het Hindi en elders wellicht nog wat Engels. De ontmoeting tussen mensen en talen gaat hand in hand. Niemand hoeft zijn taal ontrouw te worden. Onze werkelijkheid is meertalig. Dat is meteen het thema van het erop volgende hoofdstuk met een aan Michael Slory ontleend motto: taal, jou verraad ik niet, jij bent als de adem in de straten en in de bladeren’.

Iets en zijn waarom

Met het klimmen der jaren is zijn poëzie aan eenvoud gaan winnen. Het komt mij voor dat deze late gedichten, zoals nu gebundeld, tevens zijn meest fascinerende zijn. Waarom? Wanneer het vele overbodige is opgeruimd, ligt de weg tot de kern en daarmee tot inzicht open. We zouden Shrinivási de dichter van de illuminatie kunnen noemen.

Overigens heeft niet alles hetzelfde niveau. Er zitten enkele gedichten tussen die naar mijn gevoel randje kantje zijn, zoals ‘hecht en sterk’ over een vlieger met een briefje eraan, bestemd voor god in de hemel: ‘ik als een kind, geloofde vast dat God het zou ontvangen... en kind gebleven ben ik’. Hier wordt de eenvoud zo uitdrukkelijk beklemtoond dat hij de gestalte van goedkope naïviteit dreigt aan te nemen.

De bundel ontleent zijn titel eraan. Trouwens, ‘Hecht en Sterk’ is ook de naam van een plantage aan de rivier, in de streek waar hij opgroeide. Is dat de reden van de titelkeuze? Een gevoel van nostalgie? Zeker, al zijn deze gedichten tezamen zijn ‘sterk’ en ook ‘hecht’ verbonden. Maar ieder voor zich geven ze de lezer toch eerder het gevoel dat de dichter schoorvoetend op zoek is naar de zin of betekenis van alledaagse dingen. Was een titel als ‘iets en zijn waarom’ niet treffender geweest? Dat is in ieder geval de titel van een verrassend gedicht over iemand, de dichter zelf misschien, die, oud geworden, veel vergeet, als een boom die zijn bladeren verliest, maar dan is er een lach die verraadt ‘iets en zijn waarom’... deze lach

die je vertelt

van vroeger

en verzwijgt

de boom in bloei

waaraan de vruchten

tot takkenbrekens toe

hingen te lonken

 

Vrijwel al zijn gedichten hebben meerdere betekenislagen die ons lichtvoetig tot mediteren aansporen. Er zijn er ook met een frappant evocerend effect, die ons de werkelijkheid met andere ogen doen zien, meerdimensionaal, zoals in het prachtige gedicht over ontwakend Willemstad, de Annabaai, het verbindende water, in de morgen met zijn watergeuren. Inderdaad Willemstad heeft watergeuren. Ik ruik ze nu iedere dag. Shrinivási woonde en werkte jaren op Curaçao. De Curaçaose lezer zal er veel bekends in aantreffen.

Verwantschap

Inmiddels heeft Shrinivási, die als Martinus Lutchman in 1926 in Suriname werd geboren, diverse prijzen ontvangen, waaronder de 3-jaarlijkse literatuurprijs van Suriname. Shrinivási zou ‘vooraanstaande Surinaamse burger’ betekenen. Ik weet niet of hij dat pseudoniem ook vandaag nog zou kiezen. Maar als we zeggen dat Suriname in praktisch alle opzichten ‘multi’ is en een voorteken van de wereldwijde multi-samenleving die ons te wachten staat, dan is het een zeer toepasselijk pseudoniem. In 1963 publiceerde hij zijn eerste bundel Anjali (1964). De titel is opmerkelijk, zeker voor iemand van Hindoestaanse afkomst. Het is moeilijk daarbij niet aan de wereldberoemde Gitanjali, een bundel liederen van Rabindranath Tagore (1861-1941) te denken. De naam gitanjali is een samenstelling van de woorden git (lied) en anjali (offer), tezamen liedoffer betekenend. Tagore ontving in 1913 de Nobelprijs voor literatuur ondermeer vanwege dit unieke ‘liedoffer’, dat een jaar ervoor was verschenen. Voelde of voelt hij zich met Tagore verwant? Ik vermoed het. Al zullen ze qua persoonlijkheid niet echt op elkaar lijken. De zelfverzekerde en erudiete eloquentie van Tagore is Shrinivási vreemd. Maar als we denken aan hun wereldbeschouwing waarin de ontmoeting een cruciale rol speelt en aan hun zoektocht naar inzicht en inclusiviteit, dan is de verwantschap groot. Sommige vroege gedichten van Shrinivási lijken ook regelrecht geïnspireerd door Tagore. In ‘Kathedraal’ (uit Anjali) is het bijna alsof Tagore, religieus een open mens, zelf met zijn plechtige en ietwat gezwollen taal aan het woord is:

 

Ik wist dat deze handen

als eertijds

samengevouwen

tegen mijn voorhoofd

U zouden groeten

in een plechtige buiging

Wees gegroet

Wanneer het licht

schrijft

in de ramen

als water ongrijpbaar

de namen

en ik met tranen in

mijn ogen

de Stad binnentreed

weet ik U hier.

 

Toekomst in het heden

Terug naar ‘Hecht en Sterk’. Het laatste, op de toekomst gerichte hoofdstuk, staat met enkele ontroerende gedichten in het teken van zowel herinnering als aanvaarding en verwachting. Het nu omvat de beide andere tijden. Ditmaal is het motto ontleend aan weer een andere Surinaamse dichter, Ton Wolf. Door de persoon Shrinivási lopen vele lijnen, vele invloeden, vele personen en culturen. Het wonder is dat ze samenkomen zonder strijd of conflict. Dit is wat we inclusiviteit noemen. Binnen de ‘brasa van de morgenzon’ heeft alles eenvoudigweg een plaats. De bundel eindigt met weer een kenmerkend gedicht, simpel en subliem, opgedragen aan de scholieren van Nickerie:

Een bruine zandweg,

scholieren, twee

babbelen

fietsen

binnen de brasa

van de milde morgenzon

 

Verdwijnen

om de bocht...

 

De bruine zandweg

draagt hun jeugdig spoor

hun luide lach

hun taal en wensen

en toekomstig leven

 

In het verhelderende Nawoord van Geert Koefoed lezen we dat men deze woorden heeft geschreven op de muur van de bibliotheek in Nickerie. Terecht dunkt me.

Shrinivási, Hecht en Sterk, 2013.