Home Ñapa Ñapa Grote mannen, kleine vogeltjes
Grote mannen, kleine vogeltjes PDF Afdrukken E-mail
vrijdag, 15 maart 2013 18:00
Vroeger paradeerden hier de troepen voor het paleis van de gouverneur-generaal, tegenwoordig houden mannen er wedstrijden met hun vogeltjes.

Wie Surinamers kent of zelf weleens in Suriname is geweest, ziet het onmiddellijk voor zich: een volwassen man die onafscheidelijk is van een klein vogeltje in een kooitje. Het draait allemaal om prestige, je moet bij het wereldje horen: het is er zoiets als pronken met een dure Rolex. Mannen lopen overal met hun kooitjes met twa-twa’s en picolets - een vinkachtige vogelsoort - om te laten zien dat ze wat voorstellen.

Tekst en foto’s: Marius Bremmer Je zou verwachten dat Surinaamse macho’s pronken met een mooie vrouw, maar een beetje overdreven gezegd, je ziet er veel meer met hun vogeltje flaneren. Lokale vrouwen beweren zelfs dat bij hun mannen alles draait om het vogeltje. Mannen zitten bij hun vogeltje onder de plak en niet bij hun vrouw.

Het straatbeeld is aandoenlijk: volwassen kerels vervoeren soms op vertederende wijze hun hartendiefje. Ze wandelen met het kooitje in de hand, ze rijden met het kooitje voor zich op de tank van hun bromfiets of ze fietsen met het bungelende kooitje aan het stuur. Tot de vaste attributen van de mannelijke Surinaamse automobilist hoort een stok met een haak. Wie onderweg een bekende tegenkomt en even stopt voor een babbeltje, kan op elke gewenste plek die stok in de grond prikken, het vogeltje van de achterbank halen en het kooitje aan de haak hangen. “Nee, mijn vogeltje moet niet alleen in de auto blijven zitten, meneer!”, zegt een forse Creool verontschuldigend. Stok vergeten of teveel asfalt op de parkeerplaats? Dan zet je het kooitje gewoon op het dak van de auto. Het vogeltje lijkt bij elke conversatie betrokken.


Rie
del

 

Op het Onafhankelijkheidsplein, in hartje Paramaribo, is het op de vroege zondagochtend een drukte van belang. Vroeger paradeerden hier de troepen voor het paleis van de gouverneur-generaal, tegenwoordig houden mannen er wedstrijden met hun vogeltjes. Ze komen in alle vroegte, als hun vrouw nog op één oor ligt. Ze hanteren grote schoolborden om de score te noteren. Op verschillende plekken van het giga-gazon zijn wedstrijden aan de gang. Overal hangen vogeltjes in hun kooitje aan de bekende stok met haak. Ze moeten in een kwartier zoveel mogelijk riedels maken. Per riedel komt er een krijtstreepje op het scorebord. Een vogeltje kan wel 5000 euro kosten, maar met de wedstrijd zelf valt geen geld te verdienen.

Er staat een wat beteuterde Chinees naar zijn twa-twa te kijken. “Oh meneer, moet je mijn vogeltje nú toch eens horen. Nou zingt hij zo prachtig, maar tijdens de wedstrijd vertikte hij het helemaal en toen heeft-ie verloren!” Naast de twa-twa hangt het kooitje van zijn ‘rivaal’ die hij had moeten verslaan. Het vrouwtje van de twa-twa stond nota bene op de achtergrond klaar om het mannetje nog wat op te hitsen, maar op het moment suprème baatte dat niet.

 

Om dit soort plankenkoorts of podiumvrees op zondagmorgen te voorkomen, vertroetelen de mannen hun vogeltje. Ze praten er tegen, de diertjes krijgen het beste zaad, dat desnoods uit de Verenigde Staten wordt ingevlogen. Ook worden de vogels thuis getraind met een cd met voorbeeldgeluiden. En natuurlijk moet elke dag het kooitje uitgeveegd worden en van vers water voorzien, compleet met druppeltje vitamines.

Je hebt bijvoorbeeld een ‘maker’ nodig, die corrigeert een andere vogel als hij vals fluit, een ‘trekker’ die het tempo aangeeft, en een zogenaamde ‘bokser’: dat is veel geschreeuw en weinig wol, maar hij kan de wedstrijdvogel wel ophitsen. En natuurlijk een ‘pop’, een vrouwtje. Want dat is de enige reden waarom een vogel fluit: om een vrouwtje te imponeren. Wat voor karakter een vogel heeft leer je door veel te observeren en veel naar de vogel te luisteren.


Uitster
ven

 

Te Nieuw Amsterdam, in het district Commewijne, bevindt zich een openluchtmuseum. Het is er meer openlucht dan museum en op de vervallen plaatselijke politiepost babbelen twee Creoolse agenten. Het gaat vast over de picolet die in zijn kooitje aan het plafond van de veranda hangt. Het vogeltje hipt onrustig heen en weer. Eén van de mannen staat op voor wat liefkozende woordjes en is verguld met de aandacht van een schaarse bezoeker. “Wilt u weten van wie dat vogeltje is? Nou, gewoon, van de rechtmatige eigenaar”, zegt hij met en glimlach. “Wat dit vogeltje kost? Nou, daar kunt u in Nederland een mooie auto voor kopen, hoor!”

Gewiekste bosnegers of Indianen vangen zangvogeltjes met lijmstokken of netten aan de rand van het oerwoud en zorgen voor nieuwe aanvoer, voor zolang als het duurt. De Stichting Natuurbehoud Suriname doet er alles aan om de met uitsterven bedreigde zangvogeltjes zoals de twa-twa (‘Orizoborus angolensis’), de picolet (‘Orizoborus crassirostris’), de roti en de gelebek op de lijst van totaal beschermde diersoorten te krijgen. In de op handen zijnde wijziging van de Jachtwet heeft alleen de twa-twa het als beschermde diersoort gehaald. Het gitzwarte vogeltje, veertig jaar geleden nog volop aanwezig in de Surinaamse gras- en kustvlaktes, komt vandaag de dag in het wild eigenlijk niet meer voor. De verwachting is dat binnen pakweg twintig jaar ook de picolet, de roti en de gelebek hetzelfde lot zijn beschoren.


In de
rui

 

Tot in de verste uithoeken van Suriname winden vogeltjes mannen om hun vingers. Op de dijk van Scheveningen, in het afgelegen district Nickerie, gonst het van de verhalen uit monden van jonge Hindoestanen. Er is een favoriete hangplek, ook voor zangvogeltjes: links en rechts hangen de kooitjes in de avondbries. Het gesprek gaat over het Franse Palmtaktoernooi van de Zangvogelbond Nickerie, individuele wedstrijden waarvoor de leden zich met meerdere vogels mogen inschrijven. De krant meldde het al: ‘Er deden twintig twa-twa’s aan mee. De zangvogels van Rakesh Prahladsing zijn in de rui, waardoor hij met andere twa-twa’s participeerde. Hij kwam er bekaaid van af, want zijn vogels weigerden te fluiten.’ Uiteindelijke winnaar is W. Tjon Atsoi.

Kenners beweren dat ze aan het accent van de twa-twa kunnen horen of het exemplaar oorspronkelijk uit het kustgebied komt, van de Sipaliwini-savanne of geïmporteerd is uit Brazilië. In de handel zijn zelfs cassettebandjes verkrijgbaar met vogelzang van kampioenen, die afgedraaid worden in de aanwezigheid van nieuwe broedsels.

Waarschijnlijk zijn de Chinezen in Suriname met de vogelsport begonnen, maar mogelijk namen de Hindoestaanse immigranten ook al vogeltjes mee toen ze als contractkoelies uit India naar de suikerplantages van Suriname werden gehaald. Eén ding lijkt zeker, Creolen zijn op de vogeltjes het meest verzot geworden. Een Hindoestaanse jongen in Wageningen, eveneens district Nickerie, beweert dat Creoolse mannen een voorliefde hebben voor de twa-twa vanwege zijn levenswijze: het mannetje prefereert samen te leven met meer dan één vrouwtje.


Smok
kel

 

Ook in Nederland bloeit de vogelsport. Suniel Chedie, projectmanager bij ING, getrouwd en met een dochter van 12, verklaarde onlangs tegenover dagblad ‘Trouw’ dat hij vijftig vogeltjes heeft ter waarde van zo’n 200.000 euro. Hij woont in Almere en zet daar graag de traditie van zijn Surinaamse opa voort. “Ik vind het leuk om een van de grote jongens te zijn. Veel tijd stop ik er niet in, Ik organiseer nog wedstrijden, maar vrienden trainen mijn vogels en mijn vrouw maakt de kooien schoon!”

In Nederland concentreert de vogeltjesbusiness zich rond Amsterdam Zuidoost, waar veel Creolen van Surinaamse afkomst wonen. Voor een picolet, een gelebek, een roti of een twa-twa telt men gerust bedragen neer van tienduizend euro per stuk. In de zomer zijn zangwedstrijden van Surinaamse vogelaars een toeristische attractie, waar bussen vol Japanners op af komen!

In de Bijlmermeer houdt zangvogelvereniging De Ringmasters al meer dan dertig jaar competities. Amsterdam Zuidoost noemde zelfs een wijk ‘Vogeltjeswei’, naar het wedstrijdterrein van de zangvogelclub dat vanwege deze nieuwbouw moest wijken. Daar vind je nu de Picolet- en de Geelbekstraat. In de zomer houden touroperators ‘precies bij wanneer er zangwedstrijden zijn. Japanse toeristen zijn er gek op, wat weer pleit voor de stelling dat het hele zangvogelgebeuren uit Azië stamt. Busladingen kwetterende Japanners jagen de kleine vogeltjes grote schrik aan, hetgeen niet ten goede komt aan het aantal en de duur van hun riedels.

 

De douane op Schiphol onderschept jaarlijks vele uiterst zeldzame Surinaamse vogeltjes. Dit gebeurt nu eens na een tip van rivaliserende vogelhouders, dan weer omdat de benarde beestjes ook onder beroerde omstandigheden blijven zingen. Het kan daarbij voorkomen dat de vogeltjes - anders dan je zou verwachten - juist richting Suriname vliegen. In Nederland wonende Surinamers fokken met meer succes twa-twa’s dan collega’s in hun thuisland! De KLM heeft overigens sinds enkele jaren een vervoersverbod op vogeltjes.

Twee agenten babbelen over de picolet die in zijn kooitje aan het plafond van de veranda hangt.