Home Ñapa Ñapa ‘The best is yet to come’
‘The best is yet to come’ PDF Afdrukken E-mail
vrijdag, 15 maart 2013 18:00
Randal Corsen in zijn studeerkamer bij hem thuis, met de partituur van Symbiosis op zijn piano.

Tekst en foto’s: Mineke de Vries Streamers:

‘Ik heb grijp niet terug op veilige formules’

 

Na jaren van betrekkelijke stilte rond componist/pianist Randal Corsen komt hij naar buiten met waar hij die afgelopen jaren aan werkte; er wordt geschiedenis geschreven met de door hem gecomponeerde eerste Papiamentstalige opera die binnenkort in première gaat. En daarnaast komt er een nieuwe cd van hem uit, met andere muziek dan wat we van hem gewend zijn. Op 30 en 31 maart introduceert Corsen op zijn geboortegrond Curaçao deze cd tijdens twee concerten in Avila.

Op zijn piano in de studeerkamer boven, te midden van veel foto’s, boeken en rondslingerend speelgoed, staat de partituur van Symbiosis, de titel van zijn nieuwe cd. “Met de composities veroorloof ik mij de luxe iets te maken wat wellicht niet voldoet aan ieders verwachting. Mijn laatste werk vind ik ongetwijfeld het beste, ik weet niet of mensen het ook het meest waarderen. Toch neem ik dat risico, ik wil niet de zoveelste jazzpianist zijn, wil me onderscheiden, meer van mezelf laten zien. Als werk te gewoon is, brengt het niets teweeg. Ik heb liever dat mensen er ruzie over maken, erover in discussie gaan, dan middelmatig, dertien in een dozijn te zijn en niets meer toe te voegen”, aldus Corsen over zijn nieuwe werk.

“Ik heb mezelf toegestaan niet terug te grijpen op veilige formules. De Antilliaanse ritmes waren meestal de onderlegger voor mijn composities, ik gebruik het gegeven van een wals of tambu nu op een andere manier. Het is meer dan een ritme, het gaat dieper dan dat en zo kom je dichter bij de kern. Vanaf dit nieuwe nulpunt ging een wereld voor me open.”

 

Beyond my dreams

Het proces dat Corsen beschrijft, is ingezet door het componeren van de opera waarvoor hij werd gevraagd door Tania Kross. De plannen ontstonden zo’n zes jaar geleden en er zijn in die tijd heel wat versies gemaakt. De opera - Katibu di Shon (Slaaf en meester) - is gebaseerd op de gelijknamige novelle van Carel de Haseth en gedrieën - Carel, Tania en Randal - werkten zij hieraan. “Ik vind het bijzonder dat ik dit heb mogen doen, het is beyond my dreams. Ik ben er trots op, we schrijven geschiedenis.” Met een relatief klein ensemble uitgevoerd, gaat de opera dit jaar in Nederland in première ter gelegenheid van 150 jaar afschaffing van de slavernij, met waarschijnlijk een vervolg op Curaçao.

“Opera is een nieuw hoofdstuk, waarmee ik een nieuwe weg insla qua componeren. Onze Curaçaose muziekstijl is pas Curaçaose muziek als je erop kan dansen, wordt vaak gezegd - waar ik het overigens mee oneens ben - maar door opera te schrijven kreeg ik de kans te laten zien dat het ook Curaçaos kan/moet zijn als je er niet op kan dansen. Want bij opera gaat het om het verhaal, niet om de dans, er gaat altijd iemand dood, dus ik moest op zoek naar een andere manier om de typische Antilliaanse touch neer te zetten, zonder de dans”, aldus Corsen. “We kennen de Antilliaanse muziek als vrij conventioneel, in de zin dat het harmonisch en melodisch is, maar met deze compositie moesten we veel verder gaan dan dat. De hedendaagse opera is namelijk wat muziek betreft supermodern. De enige beperking voor mij was de tekst van het libretto, overigens geschreven door De Haseth. Er ontstaat zoveel vrijheid als je je niet laat beperken door de harmonie. Als je door het creëren van dissonanten spanning opbouwt, kunnen mensen het hooguit niet mooi vinden, maar daar valt mee te leven.”

 

Met het feit dat hij als betachterkleinzoon van Joseph Corsen de eerste Papiamentstalige opera van Curaçao maakt is voor hem de cirkel rond. Joseph Corsen (overleden 1911) namelijk werd erg beïnvloed door de opera’s van Verdi en maakte onder meer een pianofantasie gebaseerd op diens opera Otello. Tevens schreef Joseph de eerste gedichten in het Papiaments, wat een emancipatie voor de taal betekende. Overigens volgden meer familieleden van Randal de artistieke traditie, dit op het gebied van schrijven, dichten en schilderen.

 

Rockband

De inmiddels 40-jarige Randal Corsen behoeft geen introductie meer. Desondanks praat hij erg graag over zijn geschiedenis op Curaçao en terugkijkend blijken de invloeden en vooral de mensen met wie hij in zijn jeugd samenspeelde van grote betekenis. Hoe meer hij praat, hoe meer hij zich herinnert, wat hem menige twinkeling en lach bezorgt: de ene herinnering rolt over de andere. In de vierde klas van het Pirecollege kreeg hij - wonend nabij het Kabouterbos - zijn eerste gitaar- en pianolessen. “Ik keek uit naar de wekelijkse pianolessen bij mevrouw Kroes en leefde toe naar de uitvoeringen op de muziekschool en de jaarlijkse uitvoering in Sentro Pro Arte. Daar begon ik met het opbouwen van routine in optredens.” De tijd op het Radulphus College stond in het teken van eigen muziek maken, spelen met pop- en rockbands. “Bij elke gelegenheid speelden we, in de pauzes zochten we elkaar op om over liedjes te praten. In 6 vwo organiseerden we met de leerlingenraad de eerste bonte avond. Ik trad daar zowel solo als met mijn bandjes op. Het was de vraag of ik zou slagen, want alles draaide om muziek.” Hij herinnert zich opeens een excursie naar Venezuela, met wijlen de heer Romero en de heer Römer. “Zelfs daar grepen we de gelegenheid aan op te treden: de gitaristen Ulrich de Jesus en Jean-Jacques Rojer, de bassisten Ravello Antoin en Pierre Dunker en zangeres Tania Kross, allen doorgegaan in de muziek.” Ook speelde hij met Maruga Boogaard, Antoin Ravello. Miranda van der Hoeven, dat alles op een van zijn ouders gekregen keyboard, dat daar overigens nog altijd in de schuur staat en dat Randal tijdens zijn Curaçaose vakanties op zijn laptop aansluit als hij moet componeren.

Zijn eerste soloconcert gaf Corsen bij Maduro and Sons, waar zijn vader werkte en op zijn veertiende speelde hij achtergrondmuziek in een restaurant van zijn oom. “Maar achtergrondpianist zijn is vreselijk. Suffe populaire liedjes spelen terwijl mensen eten en praten; was ik er niet zo allergisch voor geweest, dan had ik heel wat meer geld kunnen verdienen”, zegt hij lachend. Al die optredens samen, het werken met de mensen uit die tijd, versterkten zijn basis: “Het zijn oefeningen in concentratie, communiceren met je publiek, omgaan met zenuwen, het kiezen van je repertoire.”

 

Autoritair

Als 17-jarige ging hij met de bursalen naar Nederland. Al spoedig bleek dat muziek als hobby niet voldoende was en het was onontkoombaar te switchen van zijn studie Bouwkunde aan de TU naar het conservatorium in Tilburg. “Daar werd snel duidelijk dat ik me het meest comfortabel in de jazz voelde; wat ik nu deed had weinig overlap meer met datgene op de middelbare school. Omdat ik van Curaçao kwam, werd min of meer verwacht dat ik die stijl kende en ik dacht, dan moet ik maar zorgen dat ik dat kan.”

Zo kwam Corsen terecht in allerlei Caribische bandjes. “Die bandervaring was goed, de piano kreeg een andere rol, het was muzikaal uitdagend om de piano zo’n onderdeel te laten zijn dat mensen gingen dansen. Spelen in een band is een andere discipline dan solo spelen. Aangezien ik nogal autoritair ben, ging ik de bands leiden. Maar al ben je een geboren bandleider, het vereist een enorme discipline je ego in bedwang te houden, diplomatiek zijn, goed communiceren, zelfkritiek en zelfreflectie leren, het menselijk aspect in het oog houden, willen leren van mensen en samenwerken. Je moet aan de andere kant durven staan en in staat zijn mensen blijvend te inspireren. Als je in de studio voor de tiende keer een nummer opneemt, moet je mensen betrokken weten te houden. En zijn er successen, valt er iets te vieren, dan moet je dat delen en ieder de credits kunnen geven.”

 

Top van de jazz

In de conservatoriumtijd ontstond zijn eigen trio, waarmee hij veel optrad en de kans kreeg zijn artistieke repertoire neer te zetten. “Met dit trio stonden we reserve bij het Jazz Concours Breda, maar we mochten uiteindelijk optreden en we wonnen!” Dit leverde een eerste cd op met later een vervolg-cd. Na het conservatorium kwam hij op steeds betere podia terecht en kreeg kansen als solist. In 2003 kwam de eerste cd onder zijn eigen naam uit: Evolushon - gepresenteerd op Brakkeput Mei Mei - die het jaar daarop de Edison Jazz World-award kreeg, waarmee Corsen de eerste Antilliaanse Edisonwinnaar werd. In 2005 volgde zijn tweede eigen cd Corsen plays Corsen: een vertolking als klassiek pianist van werken van zijn betovergrootvader Joseph Sickman Corsen. “Van het een komt het ander. Je ontwikkelt je en komt met steeds meer musici in contact om mee samen te spelen.” Zo kreeg hij het jaar erop de kans in New York met de top van de jazz de studio in te gaan om met onder andere saxofonist Paquito d’Rivera, trompettist Roy Hargrove en de Curaçaose percussionist Pernell Saturnino.zijn nieuwe cd Armonia in twee dagen op te nemen, na slechts één dag repeteren. In 2008 volgde een cd met populaire Antilliaanse muziek, Dulsura di Kòrsou, een uiting van Curaçaose folklore. In die periode gaf hij ook gecombineerde lezing-concerten met Jan Brokken, naar aanleiding van diens boek over twaalf Curaçaose artiesten, waaronder Randal. En daarna werd het stil.

 

Niet te comfortabel

Althans het leek stil. Want Corsen werkte achter de schermen aan de opera en er liep een tweede project: Tribute to Doble R, een eerbetoon aan wellicht de belangrijkste componist/bandleider van populaire muziek op Curaçao: Rignald Recordino. Het Metropole orkest voerde diens composities uit, vertolkt door grote artiesten. Corsen was muzikaal leider, schreef enige arrangementen en er werd een documentaire gemaakt. “Ik kwam zodoende weinig aan mijn eigen werk toe. Daarbij gaf ik les aan drie conservatoria en kreeg twee kinderen en dan merk je dat je niet op Curaçao bent, waar familie je opvangt.” De draad van eigen werk werd opgepakt en na vijf jaar ligt er een nieuwe cd. “Het is - in de lijn van Evolushon - een documentatie van waar ik nu mee bezig ben. De jazzpianist in mij stond het nooit toe iets te doen wat buiten mijn profiel viel. Ik wilde altijd de jazzliefhebber in contact brengen met de Curaçaose muziek. Echter, het moet niet te comfortabel worden, ik word liever uitgedaagd.” Componeren is een daadwerkelijk ander proces dan muziek maken, aldus Corsen. “Bij dat laatste kijk je steeds vooruit; wat je speelde, is het volgende moment weg. Bij componeren blijf je hangen, heb je een andere rol, het is een volstrekt andere discipline. Zeker als je klassiek speelt, interpreteer je een componist, componeren is je eigen proces.”

Mede geïnspireerd door de opera ontstonden in korte tijd tien geheel nieuwe stukken voor Symbiosis. Tijdens een concert eind februari in Amsterdam - waar Corsen een voorproefje gaf - legde hij aan de hand van het nummer Triángulo (geïnspireerd door de driehoeksverhouding in Katibu di Shon) uit hoe opera zijn manier van componeren beïnvloedde. “Belangrijk is om niet vast te zitten, maar je continu te laten prikkelen door anderen. Daarin zijn zowel mijn studenten van groot belang - ze doen me andere mogelijkheden gebruiken - alsook gastdocenten en collega’s, onder wie jazzpianist Bert van den Brink. Het is onvoorstelbaar wat hij hoort, ook dat opende mij de ogen.”

 

Symbiosis, we kunnen bijna spreken van een nieuwe stroming binnen Corsens repertoire. Het is een fase in zijn ontwikkeling die nog vele stadia zal doorlopen volgens hemzelf, want de top is nog niet bereikt. Of zoals één van de nummers op zijn cd als titel draagt: The best is yet to come.

 

[kader]

 

Avila Hotel

 

Introductie van de cd Symbiosis van Randal Corsen op Curaçao is 30 en 31 maart in het Avila Hotel. Met Randal Corsen piano, Mark Schilders drums, Glenn Gaddum jr elektrische bas en Vernon Chatlein percussie. De cd is tijdens de concerten verkrijgbaar, eind mei komt deze uit in Nederland.