Home Ñapa Ñapa Trommelgeesten (3)
Trommelgeesten (3) PDF Afdrukken E-mail
vrijdag, 22 maart 2013 18:00
Juana de Dios Martinez, priesteres van Maria Lionza in Venezuela.

Tekst: Fred de Haas In het jaar 2013 wordt het feit herdacht dat in 1863 door Nederland de slavernij werd ‘afgeschaft’ in Suriname, op Curaçao, Aruba, Bonaire, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba.

In deze artikelenreeks herdenkt onze medewerker Fred de Haas hoe de van huis en haard verdreven Afrikaanse mannen en vrouwen die in gevangenschap naar de ‘Nieuwe Wereld’ werden gevoerd gedwongen waren om zichzelf opnieuw uit te vinden en een eigen identiteit op te bouwen uit de elementen die zij meebrachten en aantroffen: elementen uit christelijke en inheemse culturen, aangevuld met wat zij zich herinnerden uit hun eigen Afrikaanse tradities.

Voor hun geestelijk welzijn was het in die moeilijke tijden voor hen van belang dat zij weer een spirituele leer opbouwden als leidraad in een moeizaam bestaan.

Wat is hiervan terechtgekomen en wat is de toekomst van al die ‘Afro-Amerikaanse religies’ die zij opnieuw hebben moeten ‘uitvinden’?

In de laatste aflevering zal nader worden ingegaan op de situatie op Curaçao. Daarbij zullen ook de opvattingen van Curaçaose wetenschappers en ervaringsdeskundigen worden meegewogen.

 

 

 

 

Geesten van de doden

 

In Haïti is men als de dood voor de Guede, de geesten van de doden. Een beroemde Guede is de geest van het kerkhof ‘Baron Samedi’ (= Baron Zaterdag), die altijd gekleed is in rok en een hoge hoed draagt. De ‘hounsi’ van de Guede dansen met Allerzielen in de straten. Ze zijn dan gekleed in rok, dragen een hoge hoed en zijn verkleed als lijk. Bij die gelegenheid drinken ze veel rum, dansen sensueel en vermaken het volk met obscene grappen.

 

Elk jaar is er een groot feest ter ere van de Maagd Maria in Ville Bonheur. Duizenden pelgrims trekken naar de waterval van Saut d’Eau, raken soms in trance en steken kaarsen aan voor de kerk. Zie You Tube Saut d’Eau Haiti Vodou TT (Ville-Bonheur).

Tot slot is er een processie waarbij het beeld van de Maagd Maria wordt rondgedragen.

 

Zombies in Haïti

Men gelooft dat heksenmeesters iemand kunnen doden met vergif en de doden weer met een ander soort gif tot leven kunnen wekken. Deze tot leven gewekte doden , ‘zombi’ geheten, zijn willoze werktuigen in de handen van hun meester. Haïtianen zijn als de dood dat hun overledenen als zombi’s worden gebruikt en waken daarom drie dagen op het graf zodat niemand het lijk kan stelen.

Om zich te beschermen tegen kwade machten en hekserij maken Haïtianen gebruik van magische voorwerpen (amuletten, talismans) die, zoals al verteld, met een Congolees woord ‘wanga’ worden genoemd.

Haïtiaanse emigranten hebben hun godsdienst verspreid in het Caribisch gebied (ook op Curaçao) en daarmee ook hun geloof en hun magie. In Santo Domingo raadpleegt men bij voorkeur Haïtiaanse Vodou-priesters.

 

Formele Vodou-organisaties en pogingen tot Afrikanisering

Een van de eerste formele Vodou-organisaties was ‘Zantray’, opgericht in 1986 in de streek rond Gonaïves. Zantray is de afkorting van ‘Zanfan Tradisyon Ayisyen’ (Kinderen van de Haïtiaanse Traditie). ‘Zantray’ is ook een afleiding van het Franse ‘les entrailles’, een woord dat ‘ingewanden’ betekent en dus symbolisch duidt op de ‘essentie’ van iets. Zantray legt de nadruk op de Afrikaanse erfenis, net als Conavo (Commission Nationale pour la Structuration du Vodou, gesticht door Wesner Morency).

 

De meeste Vodou-aanhangers zijn ook rooms-katholiek. De katholieke kerk heeft nog steeds groot gezag in Haïti en een katholiek doopbewijs is een document dat helpt bij het verkrijgen van een identiteitsbewijs of anderszins. Haïtianen zijn er trots op dat hun kinderen communie doen en in de kerk trouwen.

Vodou-ceremonies beginnen vaak met het aanroepen van God (Bondye), het slaan van een kruisteken en het reciteren van een katholiek gebed. Pogingen om de katholieke heiligen uit de Vodou-religie te bannen hebben niet veel resultaat opgeleverd. De Haïtianen zijn aan de Franse en Spaanse heiligen verknocht en zonder die heiligen komen de traditionele, Afrikaanse geesten óók niet.

Men heeft geprobeerd de Vodou te Afrikaniseren onder meer door het introduceren van het Yoruba Opperwezen Olorun (in Haïtiaans Creools ‘Olowoum’). Dat is gedeeltelijk gelukt, omdat zo’n Afrikaans Opperwezen zich niet bemoeit met aardse zaken en een Vodou-dienst niet is gericht op God, maar op de geesten. Last hebben ze er dus niet van.

Er zijn ook toonaangevende Vodou-priesters die de afrikanisering van de Vodou grote onzin vinden. Juist het multiculturele karakter, die mengeling van katholieke rituelen en Creoolse rituelen maken de Vodou voor velen aantrekkelijk.

 

Suriname

In Suriname zijn nog vele herinneringen bewaard gebleven aan het Afrikaanse verleden. Dat heeft een duidelijke reden.

In de 17e en 18e eeuw zijn er in Suriname bloeiende gemeenschappen geweest van gevluchte slaven die lange tijd werden aangeduid met de naam ‘Bosnegers’, een naam die in de late 20e eeuw is vervangen door de term ‘Boslandcreolen’. Twee bekende Boslandstammen zijn de Saramakkanen (zie You Tube: Suriname, Saramaccanen, Marrons, bosnegers, dansen, zingen, oerwoud + Harry ) en de Auka of Djuka (Zie You Tube Dutch Guiana - Land of the Djuka 1933).

De gemeenschappen van Boslandcreolen, die diep in de tropische bossen leefden, werden op den duur met rust gelaten door de kolonisten omdat het onmogelijk bleek ze te onderwerpen.

De Boslandcreolen vermengden zich niet met de inheemse Cariben en Arowakken en behielden hun eigen uit Afrika meegenomen tradities waarvan we hieronder enkele facetten zullen behandelen.

 

Surinaamse Winti

In Suriname vind je de uit Bénin/Dahomey stammende cultus van de ‘Winti’ (een woord dat afkomstig is van het Engels/Nederlandse ‘wind’): de geesten van hemel en aarde. Er zijn ook andere benamingen voor de term ‘Winti’, namelijk ‘Gado’ (God), ‘Bohsum’ (afkomstig uit de taal van de Twi) en ‘Komfo’ (uit de taal van de Ashanti. Zie een reportage uit Ghana: You Tube / Akomfo: dancers of the Gods (waar een Ghanese priester zijn werk en religie uitlegt). Zie ook You Tube / Sranang Culturu na wi Culturu.mp4

Iedereen heeft een eigen Winti die zich soms in dromen kenbaar maakt en ook tijdens een rituele dans (ook in Suriname wordt er gedanst op het ritme van trommels) bezit kan nemen van het individu. Als iemand de indruk heeft dat een bepaalde Winti hem schade toebrengt kan hij hulp zoeken bij een Wintiman, een soort medicijnman die de kunst verstaat om de Winti gunstig te stemmen, bijvoorbeeld door middel van een kruidenmengsel en het offeren van een kip waarmee de ‘patiënt’ wordt ‘gereinigd’, een praktijk die men ook aantreft in Haïti en Brazilië. Surinamers in Nederland die dachten dat ze door een Winti werden belaagd zijn weleens op kosten van de verzekeringsmaatschappij naar een Wintiman in Suriname gereisd...

 

De Boslandcreolen geloven ook dat een mens meer zielen heeft. Die zielen heten ‘Akra’. Zo’n Akra kan verscheidene eisen op tafel leggen, zoals bijvoorbeeld het verschaffen van een maaltijd, een vervoersmiddel of een gouden ketting. Alleen de persoon die de Akra in kwestie heeft mag die voorwerpen gebruiken.

De rituelen die worden uitgevoerd dragen kenmerken van de meeste culturen die in Suriname zijn vertegenwoordigd: Indiaanse, Chinese, Hindoestaanse, Javaanse en Afrikaanse.

 

De Afro-Surinaamse ideeën van de Boslandcreolen zijn afkomstig uit Ghana, Nigeria en Bénin/Dahomey. Deze ideeën zijn door hen tot een samenhangend geheel gesmeed. Ze hebben een heel praktische instelling. De wereld is voor hen het belangrijkste. Ze geloven niet in straf of beloning in een hiernamaals. Je krijgt het allemaal hier op je brood. Er zijn ook geen ‘priesters’. Ouderen geven hun kennis mondeling door en zorgen voor de opleiding van de mediums (meestal vrouwen). Men noemt die mediums ‘Hasi’, een benaming die waarschijnlijk is afgeleid van ‘Vodunsi’ dat in het Fongbe (de taal van de Fon uit Bénin/Dahomey) ‘echtgenote van de Vodun (= godheid)’ betekent.

Als de mediums in trance raken van de Kromanti (= de goden van de Fanti en Ashanti) dan kunnen zij zich heel wild gaan gedragen en lopen dan soms op blote voeten op stukjes glas of gloeiende as, een prestatie die een wetenschappelijke verklaring heeft en niets met ‘wonderen’of zo te maken heeft. Ook slaan ze dan wel een soort wartaal uit die ‘kromantitongo’ wordt genoemd (You Tube / Papa winti 2). De Kromanti kunnen zich ook als clowns gedragen en maken dan allerlei grappen, tot groot vermaak van de omstanders.

Er zijn nog tal van andere geesten die allemaal hun eigen, specifieke eigenschappen hebben. Zo is er een algemene verering van Mama Gron (= Moeder Aarde) die voor regen zorgt en de aarde vruchtbaar maakt.

 

Venezuela

In Venezuela is de Afrikaanse religieuze overlevering niet sterk. De reden hiervan is dat er in Venezuela, in tegenstelling tot wat het geval is geweest in andere landen, weinig Afrikanen als slaven zijn ingevoerd en de slavenhandel rond 1800 al verboden was. Ook werden de Afrikanen die uit dezelfde gebieden kwamen over het hele land verdeeld om samenzweringen en opstanden te voorkomen. Dit beleid heeft er ook toe geleid dat er nauwelijks meer sprake kon zijn van het voortzetten van Afrikaanse tradities, behalve in zeer geïsoleerde gebieden als Barlovento. De Afrikaanse minderheden zijn zonder probleem opgegaan in de rest van de bevolking.

 

Zoals gebruikelijk werden de Afrikaanse slaven bij aankomst in het nieuwe land (of reeds eerder) katholiek gedoopt. Zij gingen langzamerhand deel uitmaken van door de missionarissen gestichte broederschappen (Cofradías) die de heiligenverering propageerden onder de slaven. Zo werd Sint Jan (San Juan) de patroonheilige van de slaven in het oosten en midden van Venezuela en werd Sint Benedictus (San Benito. Zie You Tube / The Festival of San Benito ) de beschermheilige in het westen van het land, in Zulia en Coro.

Het Sint Jansfeest wordt in juni gevierd en het feest van San Benito rond Kerstmis. Wel bleef de typisch Afrikaanse (maar ook wel ‘volkskatholieke’) gewoonte bestaan om de heiligen menselijke eigenschappen toe te dichten. De heiligen hadden zo hun sterke en zwakke kanten. De band met de gewone mens was zodanig dat je de heiligen om gunsten kon vragen en in ruil daarvoor beloftes kon doen.

Op feestdagen worden de heiligen onder dans en trommelmuziek het dorp rondgedragen, een gewoonte die men ook in Spanje en Zuid-Amerika nog overal kan aantreffen. De trommelaars en dragers worden soms met de heiligenbeelden thuis uitgenodigd en krijgen daar te eten en te drinken. Af en toe gooit men wat brandewijn op het hoofd van de heilige als bekend is dat deze wel van een slokje houdt.

 

In Barlovento gebruikt men speciale trommels op het feest van San Juan (You Tube / Tambores de San Juan en Curiepe) . De ronde trommels waarop wordt gespeeld zijn Congolees van oorsprong en de reuzentrommel, de ‘Mina’, is afkomstig uit Togo en wordt door de Ewe gebruikt. In San Francisco de Yare verschijnen er op Sacramentsdag (tweede donderdag na Pinksteren) dansers op straat die rode of bonte kleding dragen. De maskers die de dansers dragen in Chuao (You Tube / Diablos Danzantes de Chuao Estado Aragua) lijken op die van de Bapende in Congo (You Tube - Pende Dance - Congo 1974.mp4).

 

Hoewel Venezuela een katholiek land is zie je ook daar een vermenging van magie, bijgeloof en eenvoudige volksreligie. Net als in Suriname gelooft men dat de mens twee zielen heeft die na de dood geesten worden. Na de dodenwake gaat er een naar God en de andere naar het Rijk der Doden. Sommige geesten kunnen last veroorzaken. In Barlovento zet men eten en drinken op de graven van de overledenen op Allerheiligen.

 

(Wordt vervolgd)