Home Ñapa Ñapa Stanley Brown: Genoeg is genoeg
Stanley Brown: Genoeg is genoeg PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 27 april 2013 09:22

Tekst en foto’s: Jeroen Baldwin Ik wilde Stanley Brown al heel lang interviewen. Hij leek me een intrigerende, want authentieke man. En ook: wat ik in twintig jaar van hem hoorde en las, ik herkende me er voor een deel in. Dus ik was benieuwd. In twee sessies van vier uur lang werden mijn vermoedens bewaarheid én waren we eigenlijk nog lang niet uitgesproken.

Maar ja, waar begin je met Stanley Brown? Om het over waar je eindigt nog maar niet te hebben. Beginnen bij ‘30 mei’? Nee, platgetreden paden, vond ik. En wat was het eerste dat Brown tegen me zei: “We gaan het toch niet over 30 mei hebben hé? Daar ben ik wel klaar mee.” Mooi, dat was een goed begin. “Ik wil het trouwens helemaal niet over het verleden hebben. Ik zou tegen iedereen willen zeggen: hou op met dat verleden! Laat het rusten! Leef vandaag en kijk voorzichtig naar de toekomst, maar lééf vooral in het nu!”

Het is iets dat terugkomt in meerdere van zijn geboden, als je al over geboden kunt spreken. Het zijn meer richtlijnen, vooral voor zichzelf. Al raadt Brown zijn eigen ‘geboden’ ook aan de ander aan. Zonder ze op te dringen overigens.

1. Respect voor leven
“Mijn voornaamste gebod, dat ik zoveel mogelijk probeer na te leven is: behandel een ander levend wezen - dus ook flora en fauna - zoals jijzelf behandeld wilt worden.

Ik zal dus nooit een kind of vrouw slaan, dan wel liegen of iemand oplichten.Vanuit deze ideologie ben ik ook tegen anale seks en vóór euthanasie, vóór emancipatie en dus ook vóór abortus.

Ik probeer als het enigszins kan een boom niet om te hakken of van zijn takken te ontdoen. Ik zal geen mier of hagedis, of totèki doodmaken, maar als het moet wel een rat die mijn gezondheid bedreigt. Ik discrimineer niet. Iedereen is voor mij gelijk. Niemand is belangrijker dan ik, maar niemand is ook minder belangrijk.

Ik heb niets met leiders, role-models of underdogs. Ik ben een anarchist. Ik pas niet goed in een partij of groep. Ik heb op zeer jonge leeftijd geconcludeerd dat genoeg genoeg is. Ik pot niet op ten koste van anderen die niets hebben en geef bezit of geld gewoon weg. Ik bezit niet veel, maar het is al wel te veel.

Ik heb in dat kader nooit de functie geambieerd als hoofd van een school, minister of commissaris van een nv. Wat ik ook ben geworden is door het toeval en zonder dat ik het eigenlijk wilde.”

2. Streven naar geluk

“Ik ben op deze aarde om gelukkig te zijn, mezelf te reproduceren en een voetafdruk achter te laten, waarmee ik bedoel: de wereld te verbeteren of hem in elk geval beter achter te laten dan ik hem gevonden heb.

God en het hiernamaals bestaan voor mij niet. Ik ben atheïst. Ik geloof wél dat de mens elke dag moet seksen om gelukkig te zijn. Volgens mij is het onderdrukken van onze seksualiteit, vooral op jonge leeftijd, de grootste misdaad tegen de mensheid en de veroorzaker van allerlei lichamelijke en mentale ziektes. Let wel, dan heb ik het duidelijk níet over opgedrongen seks.

Ik heb vijf kinderen geproduceerd en ik ben er erg trots op dat van de honderd meest belangrijke Curaçaose vrouwen uit de vorige eeuw twee ervan mij hebben uitverkoren om een kind met me te maken: Emmy Henriquez en Annemarie Braafheid. Mijn eerste vrouw was ook één van de belangrijkere vrouwen uit het Brabantse Dongen, Adry Coenen.

Ik geloof niet in middelmatig zijn. Ik doe altijd mijn uiterste best om de beste te zijn. Voor mijn voetafdruk plant ik nog regelmatig bomen en ik red bomen van de palu lechi. Ik breng zaden uit vreemde landen mee naar Curaçao en plant ze. Ik help dieren met het verspreiden van zaden door ze ‘boven de wind’ te verspreiden, zoals ik met de belisima uit Groot Kwartier heb gedaan. Ik bescherm beesten en koop bijvoorbeeld katapulten van jagende jongens, evenals gevangen leguanen en parkieten, die ik dan weer los laat. Ik ben met mijn 74 jaar nog steeds een sociale activist.”

3. Geloof in wetenschap

“Ik geloof nergens in dat ik niet uit meerdere, voor mij betrouwbare, wetenschappelijke bronnen heb.

Die bronnen moeten hun zaak onderbouwd hebben en het moet kloppen met wat ik op dit moment van de natuurlijke wetten weet. Het medegedeelde moet voor mij enigszins pragmatisch te controleren zijn. De wetenschap gaat hand in hand met de evolutie van de mens en vernieuwt en verbetert zich continu.

Zogenaamde heilige boeken zijn dan voor mij slechts mythologische verhalen en geen dogmatische waarheden. Media zijn marketinginstrumenten van een economische elite. Politieke partijen en godsdiensten evenzeer.

Wij en onze ideologieën evolueren samen met de technologische ontdekkingen en ontwikkelingen, Daarom kan ik vandaag een andere mening hebben dan dat ik gisteren had. Ik was ooit misdienaar en nu ben ik atheïst. Met het ineenstorten van de Berlijnse muur, het communisme, de Koude Oorlog en de introductie van globalisatie heb ik mijn visie over de onafhankelijkheid van een ministaat als Curaçao aangepast aan de hedendaagse werkelijkheid.

Mijn vijand is dan ook de domheid en de leugen. Mijn vriend is de wetenschap en de waarheid.”


4. Lichaam is tempel

“Ik let goed op mijn lichaam. Ik besta namelijk uit één component, een biologische. Dus genetica en voeding vanuit de buik van de moeder bepalen wie ik ben. Ik leg altijd uit aan zwangere vrouwen en moeders van kinderen tot vier jaar hoe belangrijk hersenvoedsel is. Verse vis vermengd met groene groente en zeven-granen bruinbrood of rijst. En hoe belangrijk het ontknopen van de in elkaar verstrengelde hersenen na de geboorte is door het kind veel te strelen. En door zo mogelijk een groot aquarium met kleurrijke vissen in de babykamer te zetten.

Ik let op wat ik eet. Veel groente, veel fruit, veel vis. Ik probeer elke dag minstens een half uur te lopen en zwem vaak. Ik zorg dat ik mezelf fysiek kan verdedigen en doe aan Kapap, een Israëlische martial art-techniek. Ik drink veel water en let erop dat mijn urine wit is en mijn faeces zinken. Ik verzorg mijn tanden en poets ook mijn tong. Veel mensen weten niet eens dat dat moet. Ik was mijn handen vaak. Ik denk dat er vanaf het basisonderwijs genitaliën-hygiëne en seksuele voorlichting moet worden onderwezen.Veel Curaçaose jongens weten niet eens dat ze elke dag de voorhuid van hun penis naar achteren moeten schuiven om hun ding te wassen en veel Curaçaose meisjes weten niet eens dat ze een clitoris hebben.”

5. Verleden laten rusten

“Ik leef elke dag alsof het mijn eerste én mijn laatste dag is en besteed minimale aandacht aan het verleden. Ik kan het verleden niet veranderen en geef daarom bijna al mijn aandacht aan het heden. Ik schenk weinig aandacht aan de toekomst, waarvan ik niet zeker weet dat die er zal zijn.

Ik leef - binnen de parameters van mijn financiële mogelijkheden én mijn gezondheidsregels - als een Bourgondiër. Ik vier uitbundig carnaval en andere feesten. Daarom ben ik tot mijn eigen schaamte te dik. Ik geloof dat geluk een groot gedeelte van ons leven bepaalt en planning niet. Dit geluk kan je zelf natuurlijk positief en negatief beïnvloeden.

Geschiedenis is voor mij niet een vicieus maar een evolutionair proces. Het komt nooit terug en er is zeker in de hedendaagse wereld weinig leergeld te halen uit het verleden. RIP dertig mei, slavernijverleden en Holocaust.

De volgende generatie is voor de eerste keer in de geschiedenis slimmer dan wij, dit vanwege het computergebruik. Misschien moeten we wel stemrecht gaan invoeren voor 12-jarigen en het ontnemen aan 70-jarigen.

Culturele invloeden zijn marginaal en dogmatisch en vaak overbodig. Ik ben vóór globalisatie en zie utopistisch uit naar een wereld onder één regering, met één taal, één munteenheid en één standard of living, zonder godsdienst en territoriale oorlogen.

Ik ben er dan ook voor dat wij, onderweg naar deze utopie, een provincie worden van Nederland. Mijn werk is mijn waardigheid en is dan ook belangrijker dan mijn volkslied of vlag. Het kan mij nooit schelen wat mensen van mij zeggen of denken. Ik ben altijd mezelf. Ik kleed me hoe ik wil en ik draag met trots mijn lange baard.”

6. Geen spijt

“Ik doe heel mijn leven al wat ik graag doe. Je werk moet je hobby zijn en niet je bron van inkomsten. Alleen dan kan je ook prestaties leveren.

Ik heb alleen spijt van de zeer weinige dingen in mijn leven waar ik nee tegen heb gezegd. Ik heb geen spijt van de dingen waar ik ja tegen gezegd heb. Mijn klas en mijn kantoor vroeger waren altijd uitbundige, prettige ruimtes, net zoals mijn huis. Ik word graag omringd door mooie mensen en mooie dingen, kleuren, planten, vogels,vissen, kippen, honden en herinneringen.

Als het hard regent, trek ik mijn zwembroek aan en loop met of zonder kind luid schreeuwend door de regen en modderstromen. Soms houd ik blafconcerten met de honden uit de buurt en kukelconcerten met de hanen. En ik ga midden in de nacht met mijn hond zwemmen met de haaien en schildpadden in Koraal Tabak.”


7. Emoties tonen

“Ik toon graag en altijd mijn emoties. Ik lach veel en vertel graag moppen. Komen twee getrouwde mannen elkaar tegen. Zegt de een tegen de ander: “Ami no sa korta mi señora su orea.” Net bedacht. Ik huil heel gemakkelijk, maar ik word niet gauw boos. Ik zoek wel de confrontatie op en vermijd zoveel mogelijk de vlucht. Ik moet dan ook ideologisch een vijand hebben, zoals domheid en mensen die in goden geloven. Mijn zondag is pas goed als de dag begint met een paar Jehovah’s Getuigen. Die laat ik dan binnen en dan zijn ze helemaal blij. Ik bied ze iets te drinken aan en zeg vervolgens dat ik overtuigd atheïst ben. Ha ha, die gezichten! Maar daarna zetten we wel altijd een aardige boom op, hoor!”


8. Orde in de chaos

Ik houd van een wanordelijke orde. Het lijkt een rotzooitje, maar alles heeft bij mij een plaats. Ik loop nooit te zoeken naar mijn sleutels of mijn bril. Ze hangen altijd netjes op hun plaats. Iedereen in huis mag van mij alles gebruiken onder voorwaarde dat ze het terug zetten op hun plaats.

Ik denk chaotisch digitaal van A naar F en terug naar C zoals de jongste generatie nu ook denkt, in plaats van alfabetisch van A naar B naar C zoals mijn generatie denkt. Ik gaf dan ook altijd projectonderwijs in plaats van vakonderwijs volgens het rooster. Bij mij in de rekenles werd bijvoorbeeld ook gezongen en gelezen.

Ik ben creatief. Mijn huis heeft geen gordijnen maar de glazen ruiten zijn beschilderd en ik heb aan de buitenkant een soort houten gordijn gemaakt. Ik heb een nationale klederdracht uitgevonden die eenvoudig, zonder overbodige invoerproducten als knopen en moeilijke dingen als knoopsgaten te naaien is. Een soort dashiki met hele grote zakken, die proletarisch winkelen mogelijk maakt. Ik recycle mijn badkamerwater en heb een recreatieve regenbak met tilapia’s en schildpadden.”

9. Nieuwsgierigheid

“Ik ben overal nieuwsgierig naar. Te pas en te onpas. Hoewel ik atheïst ben, bezoek ik overal ter wereld religieuze, brua-, winti-, culturele en politieke bijeenkomsten en doe spontaan mee met optochten en demonstraties. Ik denk dat culturele confrontaties heel belangrijk zijn om de grenzen te verleggen. In India heb ik mijn taboe voor de dood overwonnen. In China heb ik rat gegeten en heb ik geleerd dat menselijke uitscheidingen belangrijke boodschappen zijn van het lichaam. Ik ben ervan overtuigd dat de mens zijn hele leven moet leren en ik ben dus ook vóór een laptop voor elk mens en WIFI-hotspots overal.

Ik zit zelf nu op computerles en dit jaar ga ik ook weer op reis. Dit keer naar Myanmar (Birma). Ik heb veel leerscholen die het leven biedt doorlopen, waarbij de belangrijkste de gevangenis was. In de gevangenis leer je wat overleven is en wat de mens is. De mens is volgens mij een beest met een cultureel vernisje dat we beschaving noemen.”

10. Instincten volgen

Ik volg mijn instincten, maar onderbouw ze altijd door rationeel te relativeren. Daarom keur ik perceptie af en zal bijvoorbeeld nooit geloven dat een vrouw ‘gemakkelijk’ is omdat ze zich bijvoorbeeld sexy kleedt. Daarbij ben ik een workalcoholic. Ik kan niet stil zitten en ben altijd bezig, tot ver na middernacht. Ik slaap heel mijn leven al bijzonder weinig.

Soms rijd ik zonder reden of doel rond over zandwegen en door de knoek. Gewoon, genietend van wat ik allemaal zie. Ik sta open voor alles en iedereen en ga over wat dan ook graag de discussie aan.

Ik ben heel eigenwijs en laat me nooit zomaar ompraten. Hoewel het over de hele wereld gebeurt, in welk land dan ook en in welk tijdperk dan ook, ík laat me niet brainwashen! Ik ben Stanley Brown en leef zoals hier beschreven, volgens mijn eigen geboden.”