Home Ñapa Ñapa Verwikkeld in Anansi’s web
Verwikkeld in Anansi’s web PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 27 april 2013 09:22
Stomp doet momenteel een tournee met zijn eigen - hier en daar Antilliaanse - bewerking van Floddertje van Annie M.G. Schmidt.

Het aloude ambacht van het vertellen van verhalen is in de eerste plaats onderhoudend, maar kan ook therapeutisch werken of een goede manier zijn om zaken aan de orde te stellen. De Curaçaoënaar Wijnand Stomp vertelt wel op een heel bijzondere manier: met armen en benen en allerlei attributen zet hij typetjes neer en weet zijn publiek - jong en oud - mee te slepen in zijn wereld. Hij werd dit jaar in Nederland niet voor niets uitgeroepen tot de Verteller van het jaar. En zijn oorsprong verloochent zich niet: de spin Anansi trekt de rode draad door zijn verhalen.

Tekst en foto’s: Mineke de Vries “Al waren het dan niet de traditionele verhalen onder de tamarindeboom, we kregen als kind eindeloos verhalen van mijn vader te horen. Hij had in die tijd nog van die grote banden met daarop programma’s als Kleutertje luister, maar ook verhalen van de Surinaamse verteller Otto Sterman”, vertelt Wijnand Stomp.

Vader Stomp werkte bij het departement van Onderwijs en gaf zijn kinderen veel mee aan culturele waarden; het was vooral een Hollandse opvoeding maar ook de calypsomuziek ontbrak niet. “Als Curaçaos kind was ik natuurlijk altijd buiten. Daar speelde ik - onder anderen met schrijver Roland Colastica - indiaantje en soldaatje in de mondi en we maakten er toen al onze eigen verhalen.”

In de jaren zeventig, Wijnand was toen twaalf, vertrok het gezin naar Nederland. In het oude huis in Amerikanenkamp is nu uitgerekend een radiostation gevestigd. “Mijn vader overleed in Holland al na anderhalf jaar en daar zit je dan met je Hollandse moeder in Groningen: wie ben je dan eigenlijk? Ik heb de invloeden van vele generaties en culturen in me: Surinaams, Chinees, Curaçaos, Afrikaans, Spaans en dat maakt wel dat je gaat zoeken naar je identiteit.”

Theatrale verteller

Stomp is verteller, een theatrale verteller. Het is een combinatie van verhalen vertellen, steeds in andere personages stappen, stand up comedian, cabaret en muziek, maar ook veel improvisatie. Stomp: “Het Anansi-boek van dominee Baart is altijd een soort Bijbel geweest. Daar las ik dat je als verteller moet dansen, zingen en schreeuwen.” Aan de hand van deze Anansi-verhalen maakt hij ook nu weer dynamische transformaties van personages en laat zo zijn verhaal tot leven komen. Het publiek maakt actief mee hoe een theatraal verhaal zich ontwikkelt in zijn handen. De verhalen zijn vrolijk, ondeugend, meeslepend, ook ontroerend met hier en daar wat wijsheid. Ze kunnen gaan over list en bedrog, maar ook over kwetsbaarheid en identiteit. Stomp staat met zijn verhalen en optredens in (internationale) theaters, schouwburgen, scholen en is op tv (Klokhuis, Telekids) en radio, of zoals hij zelf zegt: “Ik vertel van de wc tot aan Carré.” Hij heeft een website waarop kinderen hun eigen verhalen kunnen maken (anansiwordlwideweb.com) en verzorgt educatief literaire projecten; soms verhalen in zijn eentje, soms raamvertellingen of interactief. Stomp werkt graag met kinderen en jongeren.“Ik vind het vooral prachtig om met kinderen met een beperking te werken en samen met hen een eigen verhaal te maken, waarin ieder zijn inbreng heeft. Het is mooi te zien hoe ze zich hierin kunnen uiten. Je hebt alleen maar het gegeven nodig waar het zich afspeelt en dan de input van de kinderen.” Met het concept voor deze interactieve vertellingen ging hij naar de tv-zender KRO waar zeven afleveringen werden gemaakt voor KRO-kindertijd: Verhalen maken met Wijnand Stomp, die overigens in mei worden herhaald in Nederland. Hij werkte lange tijd bij een jeugdtheatergezelschap, geeft verder trainingen Storytelling aan bedrijven, leidt andere vertellers op en treedt op op vertelfestivals in Nederland en in het buitenland.

Momenteel reist hij met de theatervertelling Floddertje van Annie M.G. Schmidt door het land. De Antilliaanse invloed blijft zich altijd voordoen, zo kan hij het niet laten tante als echte Antilliaanse tante neer te zetten.

Wortels in Ghana

De Anansi-verhalen waarmee Stomp is grootgebracht en die van invloed zijn op zijn werk, bleken onderlegger te zijn van een veel omvattender zoektocht naar zijn identiteit. “Soms zijn dingen heel erg toevallig. Ik was bezig met een theaterstuk voor het Tropenmuseum over voedselproblematiek en honger en ging daarvoor researchwerk doen in Ghana, Afrika. En daar kwam ik opeens weer die Anansi-verhalen tegen. Ik had vreemd genoeg nooit de link gelegd tussen de verhalen op school en Afrika. Daar kwam ik pas in Ghana achter. En zo kwam ik daar onverwacht heel erg dicht bij mijn roots. Ik had nooit gedacht dat dat zo’n grote rol in mijn leven zou gaan spelen. Dat kleine spinnetje betekende een zoektocht naar mijn roots. En uiteraard maakt Anansi het verband duidelijk met de slavernij: de spin is de enige die met de slaven is meegereisd. Anansi zorgt in de verhalen maar ook in mijn leven altijd voor een link, een verband tussen dingen.” Terug in Nederland leverde het Stomp tien Anansi-voorstellingen op. “Mijn regisseur zei: Jij speelt geen Anansi, jij bént Anansi.” Daarnaast bewerkte hij een aantal Afro-Caribische vertellingen en maakte er nieuwe bij, die hij bundelde in zijn in 2010 verschenen boek Anansi leert de wereld lachen.


Boom van bewustwording

De zoektocht in Ghana leverde ook op dat Stomp nu bezig is met een documentaire over de driehoek van de slavernij: Zeeland, Ghana en Curaçao. “Ik kruip in het persoonlijke verhaal van een Ghanees, een Curaçaoënaar en een Nederlander. Daarnaast zijn we bezig met een groot Anasi-project over het slavernijverleden voor het Openluchtmuseum in Arnhem.” De bedoeling is dat er een boom komt, waarin mensen een boodschap kunnen achterlaten. “Het liefst heb ik er zo één als die op Bonaire staan, met van die ruige takken en met wortels die over de grond kruipen. Of een tamarindeboom, met de twijgjes waarmee je vroeger werd geslagen, maar die nu als schaduwrijke boom dient waaronder men de koelte zoekt. In die boom komt een string van schoenen te hangen, op de voetzolen kan men leuzen schrijven. We zetten er een tafeltje bij waar mensen het onschuldige dominospelletje kunnen spelen, wat natuurlijk helemaal niet zo onschuldig is. Het domino wordt de intermediair tussen het verhaal en het publiek. Met het persoonlijke verhaal dat deze mensen in de boom hangen wordt de Anasiboom de bewustwording van het slavernijverleden. Deze boom, die een vaste plek in het museum krijgt, vertolkt in zijn totaliteit mijn missie, de opdracht waarvan ik voel dat ik die heb.” Deze missie vertaalt zich zowel in het project in het Openluchtmuseum als in het feit dat Stomp zich sterk gaat maken om de Anansi-verhalen een plaats te geven op de immateriële Werelderfgoedlijst van Unesco.

Kracht van je verleden

Stomp wil met deze missie als Curaçaoënaar iets teruggeven aan zijn eiland. “We kunnen ons slavernijverleden niet zomaar vergeten, maar moeten ons geen slachtoffer voelen, we moeten het juist gebruiken om te zoeken naar waar de kracht zit van wat je hebt meegemaakt. Zoveel honderd jaar slavernij, dertien miljoen slaven: die ellende zit in zoveel generaties die steeds opnieuw wordt doorgegeven. Het zit gewoon in je. Ter vergelijking, kijk eens hoeveel generaties er pijn hebben van ‘slechts’ vijf jaar Tweede Wereldoorlog, dan kan je je voorstellen dat zoveel honderd jaar niet uit de geschiedenisboeken gescheurd kan worden. Maar wat je wél kunt doen is ontdekken wat je eraan hebt. Dat kleine spinnetje Anansi kan ons daarin een weg bereiden. Met behulp van Anansi kan ik tonen wat het ons heeft gebracht, hoe zijn we hier gekomen, kijk eens wat we kunnen.” Stomp wil met zijn verhalen en voorstellingen in augustus naar Curaçao komen, mede om deze boodschap over te brengen. Inmiddels zijn er gesprekken met Luna Blou en een aantal scholen.

Verteller van het jaar

Dit jaar is Stomp uitgeroepen tot Verteller van het jaar. Het is een wedstrijd die in 2010 in het leven is geroepen door de Stichting Vertellen, om iemand te eren vanwege diens verdiensten in het vertellen van verhalen. Op de Wereldverteldag die deze stichting éénmaal per jaar organiseert, bepaalt een vakkundige jury wie van de vijf genomineerden aan de criteria voldoet om de eretitel te krijgen, waarbij wordt beoordeeld op professionaliteit, internationaliteit, het aantal jaren dat je aan de weg timmert, mediabelangstelling, of je een boek hebt etcetera. Stomp geldt met zijn 25 jaar ervaring als één van de beste theatrale vertellers van Nederland. Maar ben je Verteller van het jaar, dan heb je ook een opdracht, je bent namelijk dat jaar de ambassadeur van het vertellen. Op allerlei plaatsen dien je het vertellen te promoten. Stomp: “In dat kader ben ik bezig een Nacht van het Verhaal te organiseren. We hebben al een Nacht van de Poëzie, het lijkt me prachtig ook een dergelijke nacht voor het vertellen te hebben.” Naast Stomp is er een Jonge Verteller van het Jaar gekozen. Deze jonge verteller wordt gecoacht door de Verteller van het Jaar en daarnaast ingezet bij promotionele activiteiten.

Vertellen bloeit weer op

Verhalen vertellen is zo oud als de mensheid; in de oudheid en in de middeleeuwen was het onderdeel van de cultuur. In veel culturen echter is de mondelinge overdracht vervangen door de schriftelijke. Maar bijvoorbeeld in Afrikaanse landen heeft de orale cultuur nog veel kracht. Het woord wordt daar zelfs gezien als leeuw die je onverwacht vangt. Het vraagt van de verhalenverteller geduld en meesterschap om de kracht die van het verhaal uitgaat te beheersen. Van sommige verhalenvertellers wordt gezegd dat ze zo machtig zijn dat ze met woorden daken kunnen laten instorten of juist herstellen. Het lijkt of deze oude tradities van het gesproken woord weer terrein aan het terugwinnen zijn, getuige de vele vertelfestivals momenteel en er is inmiddels een heuse Vertelacademie. Ook Stomp ziet het vertellen van verhalen als een prachtig middel om dingen bespreekbaar en inzichtelijk te maken. Door vertellingen kan je ook dingen verwerken. “Begin al maar eens om je eigen kinderen ‘s avonds verhaaltjes te vertellen voor het naar bed gaan, waarin je hun zorgen en problemen verweeft; zo krijgen ze de kans het te verwerken of erover in gesprek te gaan.” Zo deed Stomp dat met zijn eigen kinderen. Door hun verhaal te verweven met de belevenissen van een ezeltje uit Bonaire nam hij elke dag met ze door.

Slaven van de toekomst

Stomp, die reeds op de middelbare school begon met theater, bands en cabaret volgde een opleiding tot sociaal cultureel werker met specialisatie drama en volgde trainingen op het gebied van circus en theater. Hij ziet zichzelf vooral als ‘maker’: theatermaker, verhalenmaker, maar hij maakt ook ‘tastbare’ kunstwerken. Hij mag dan in Nederland zijn werk hebben, zijn verhalen zijn doorspekt van de Afro-Caribische traditie. En hij komt met regelmaat terug naar Curaçao. “Ik ga dood als ik niet paar keer per jaar het blauw van de lucht daar zie.”

Het vertellen zat hem altijd al wel in het bloed. “Maar het gekke was dat ik een keer in Portugal was, in de Algarve - dat lijkt een beetje op Curaçao, maar is meer binnen handbereik vanuit Nederland - waar ik een droom kreeg. Niemand minder dan Tula verscheen aan mij en zei dat ik verhalen moest gaan vertellen met als doel dat de kinderen van nu niet de slaven van de toekomst worden.” Stomp greep die opdracht met beide handen aan, omdat je je verleden moet transformeren naar kracht. “Datgene van gisteren namelijk neem je vandaag mee naar de dag van morgen.”