Home Ñapa Ñapa Seksueel misbruik massaal door de vingers gezien (1)
Seksueel misbruik massaal door de vingers gezien (1) PDF Afdrukken E-mail
vrijdag, 17 mei 2013 18:00

Toen journalist Robert Chesal het seksueel misbruik in de katholieke kerk op grote schaal onthulde in 2010, kwamen vele meldingen binnen van mensen die waren misbruikt in Nederland, maar per direct waren er ook meldingen uit Curaçao. Een golf van publiciteit was het gevolg. In Nederland wel te

verstaan, niét op Curaçao. In zijn recent verschenen boek Een verzwegen leven doet Chesal

verslag van de gruwelijkheden, ook op Curaçao. Maar wie denkt dat het misbruik is

gestopt, heeft het mis: met financiële vergoedingen en in die zin afhankelijkheid

van de kerk worden momenteel veelal arme gezinnen het zwijgen opgelegd.

Een serie in twee delen. Deze week deel één.

Tekst: Mineke de Vries “Een misbruikt kind is getekend voor zijn leven, misbruik verdwijnt nooit uit je hart en bestaan. De zoektocht naar erkenning is levenslang.” Dat zegt de uit Amerika afkomstige Robert Chesal, die als journalist bij Radio Nederland Wereldomroep (sinds 1990) samen met NRC-journalist Joep Dohmen het grootschalige misbruik binnen de katholieke kerk op het spoor kwam. Ze doken er samen in en het liet hen niet meer los. Chesal was genoodzaakt enige tijd te stoppen aangezien de meldingen hem te zwaar vielen.

De schok en het afgrijzen trok een wissel op de Nederlandse samenleving. Moeizaam en frustrerend was het proces omdat het zwijgen en verdraaien van feiten aan de orde van de dag was. Zelfs de commissie Deetman - ingesteld om onafhankelijk onderzoek te doen - bleek minder onafhankelijk dan verwacht. In haar rapport uit 2011 (1257 pagina’s) wordt toegegeven dat sinds 1945 tienduizenden jongens en meisjes seksueel zijn misbruikt door kerkdienaren. Ondanks verwijtbare feiten stapte geen enkele bisschop op. De discussie laaide enige weken geleden in Nederland weer op toen NRC een artikel van Dohmen en Chesal publiceerde over hun onderzoek naar de onbetrouwbaarheid van het rapport, waarin nieuwe verzwegen feiten aan het licht kwamen. Zoals de castratie die een minderjarige jongen onderging als straf nadat hij het misbruik had gemeld. Maar ook het feit dat een aantal (nog zittende) bisschoppen al die tijd de hand boven het hoofd gehouden was, waaronder Ad van Luyn (toenmalig bisschop van Rotterdam en hoofd van de bisschoppenconferentie).

Ook in maart presenteerde Deetman zijn tweede rapport over het geweld tegen meisjes, wat eveneens een regen aan kritiek ontving vanwege weglatingen en bagatelliserende opmerkingen.

 

Misstanden in Curaçao

In navolging van de commissie-Deetman stelde het bisdom Willemstad in 2010 de onderzoekscommissie Koeijers in, die zaken op Curaçao moest onderzoeken. Dit vanwege het feit dat direct na de eerste publicaties een aantal reacties uit Curaçao binnenkwam, wat het vermoeden deed rijzen dat er meer aan de hand was. In tegenstelling tot een lijvig rapport van Deetman ondernam de commissie-Koeijers geen actie toen er klachten binnenkwamen en liet met regelmaat weten geen tijd te hebben gehad om te vergaderen. Het bisdom, als eerst verantwoordelijke, leek niet van plan werk te maken van de misstanden. Op papier bestaat de commissie nog steeds.

Chesal: “Aangezien de kerk zo’n belangrijke rol speelt in de Curaçaose maatschappij, betrokken wij Curaçao in ons onderzoek. De Caribische afdeling van de Wereldomroep zag inmiddels ook voldoende aanleiding. We ontdekten dat de kerk, zo geliefd en invloedrijk, financiële macht gebruikte om mensen de mond te snoeren. Gezinnen, afhankelijk van de kerk voor hun levensonderhoud, moesten het misbruik waarvan zij op de hoogte waren op de koop toe nemen. Dit vertelde ons een anonieme bron: een vrouw werkzaam in de kinderhulpverlening.”

In dit eerste deel doen we verslag van een aantal misbruikzaken die zich op Curaçao afspeelden, waarbij we aantekenen dat alle zaken die worden aangekaart nooit zijn weerslag mogen hebben op de liefdevolle zorg van andere broeders en nonnen. In deel 2 gaan we in op het accepteren van de slachtofferrol en waarom dat zo moeilijk is op Curaçao. Ook volgt in deel 2 Chesals persoonlijke verhaal over het misbruik dat hijzelf onderging.

 

Onder de meldingen die Chesal vanuit Curaçao ontving was die van een nu zestigjarige man, die uitsluitend onder pseudoniem Johnny wil praten. Hij vertelde over misbruik en mishandeling van tientallen kinderen door twee fraters in het internaat in Soto. Beide fraters, waaronder het verantwoordelijke hoofd van de Don Sarto lagere school, behoorden tot de Fraters van Tilburg, over wie ook in Nederland vele meldingen binnenkwamen uit de jaren zestig en zeventig en die zich bovendien vergrepen aan zwakbegaafde en geestelijk gehandicapte jongens van het De La Salle-instituut in Brabant.

Johnny was tien toen het misbruik begon. “Het gebeurde op de kamer van een frater, je moest je broek opendoen en dan begon hij te friemelen. Je durft niet meer naar binnen, omdat je weet wat er gaat gebeuren.” Volgens Johnny troffen de betastingen die op school plaatsvonden alle leerlingen, ook diegenen van buiten het internaat. Johnny vertelde tevens van regelmatige fysieke mishandelingen.

Frater Broer Huitema, wereldwijd de hoogstverantwoordelijke van de Fraters van Tilburg, weet dat het gebeurde. “Fraters die zich hieraan schuldig maakten, werden overgeplaatst naar andere - administratieve - posities, weg van kinderen. Aangifte bij de politie werd niet gedaan, noch werd contact gezocht met ouders.” In de jaren zestig tot eind 1995 waren de Fraters van Tilburg betrokken bij het onderwijs op de Antillen, in Suriname en Indonesië.


Trauma herbeleven

Chesal sprak op Curaçao één van de jongens die in de jaren vijftig op het jongensinternaat het Juvenaat zat, een prestigeproject voor Curaçao, de trots van de kerk. Deze nu zeventigjarige man was in zijn internaattijd een bedplasser. Een pater hielp hem ‘s nachts zijn bed verschonen, maar misbruikte de jongen vervolgens, een misbruik dat twee jaar doorging. Chesal: “Angstig om zich heen kijkend of iemand hem zag, betrad deze man het hotel waar wij hadden afgesproken. Even daarvoor had hij het misbruik, levenslang als geheim bij zich gedragen, aan zijn dochter verteld. De tranen stroomden over zijn wangen toen hij door het vertellen het trauma herbeleefde.” Een aantal jaren na het misbruik sloot het internaat plotseling en uitsluitend geruchten deden de ronde. De man in kwestie deed zijn beklag bij de ’onafhankelijke’ klachtencommissie Koeijers, maar hoorde maandenlang niets, nog geen ontvangstbevestiging. Chesal: “Mensen weten inmiddels dat ze niet bij de kerk terecht kunnen, dus melden ze hun klachten daar niet meer. Omdat er dus weinig binnenkomt, lijkt het of het niet is gebeurd. Dan is de cirkel rond. Mijns inziens moet er een onafhankelijk lichaam komen, die de zaken uitzoekt.”

 

Verwrongen
De reputatie van de kerk blijkt elke keer belangrijker dan het belang van het slachtoffer. Een patroon dat niet alleen in de kerk, maar ook daarbuiten is te zien: overal waar kinderen in institutionele zorgsituaties van de zorg van volwassenen afhankelijk zijn, waar volwassenen macht hebben over kinderen, bij scouting, bij een sportclub gebeurt dit, wereldwijd. Zo wordt in Noord-Amerika, Europa en Australië het seksueel misbruik inmiddels aan de kaak gesteld. Het is universeel menselijk gedrag, hoe onmenselijk tegelijkertijd. Chesal: “Dat het in de kerk zo’n vlucht kon nemen heeft te maken met de vele zorgsituaties, zoals internaten en kostscholen onder kerkelijke leiding maar ook parochiale situaties, waarbij misdienaren bij priesters thuis kwamen of de priester een vertrouwde figuur binnen de familie werd.”

Wat we bij het kerkelijk seksueel misbruik niet uit het oog mogen verliezen volgens Chesal, is de verwrongen seksualiteit van de paters, door het celibaat in de hand gewerkt, maar ook het ontbreken van realistisch seksueel onderwijs. “Het onderwijs in de katholieke kerk is gebaseerd op de seksuele moraal uit de middeleeuwen en is nooit aangepast aan de praktijk, een verouderd beeld dat destructief blijkt. Ook jongeren leren vanuit dit onderwijs slechts dat ze zich moeten onderwerpen aan het gezag en zijn zodoende weinig weerbaar.”

Naast misbruik ontstaan vanuit verwrongen seksualiteit, staan pedofielen die doelbewust op zoek gaan naar werk waar kinderen in groten getale aanwezig zijn, zo stelt Chesal. Een niet onbelangrijk gegeven is verder dat vele mannen in de jaren vijftig die vanwege homofilie of pedofilie niet pasten binnen de moraal van trouwen en kinderen krijgen een gepast toevluchtsoord zochten in de kerk, waar zij een status genoten die zij anders zouden moeten ontberen.

 

Antenne voor timide kinderen

Het leek de vrolijke goedlachse Curaçaose ‘Cora’, therapeute van beroep, zinvol om met haar misbruikverhaal naar buiten te komen, zij wilde degene zijn die de discussie rond seksueel misbruik op Curaçao zou openbreken. Na een paar gesprekken met Chesal togen zij samen naar Curaçao om terug te gaan naar de plaats waar het misbruik plaatsvond. In twee verschillende periodes van haar jeugd werd Cora slachtoffer: toen ze acht was in de Sint Annakerk in Otrobanda en als twaalfjarige in de kerk van Suffisant, waar ze door verschillende paters werd misbruikt, onder meer in de biechtstoel. “Cora was een onzeker, zoekend meisje, de uitverkorene van mannen als deze”, vertelt Chesal. “Misbruikers hebben een antenne voor timide kinderen.” De strijdlustige inmiddels zeventigjarige Cora uit Nederland verandert op Curaçao voor Chesals ogen op slag in het timide meisje, dat terugschrikt voor het effect dat het op de plaats van het misbruik zijn op haar heeft. “De openhartige vrouw wordt onbereikbaar, het wordt heel moeilijk haar te spreken. In de sfeer bovendien van daar, opgenomen tussen vrienden en familie, blijkt ze in een tang te komen. In hotel ‘t Klooster waar we hebben afgesproken met vrienden uit haar kindertijd rolt het verhaal eruit, met een klein kinderlijk stemmetje als van het kind van toen.” Chesal, die bij het vertellen erover zelf een brok in zijn keel krijgt: “Het was ongelofelijk wat het effect van het vertellen had op haarzelf en op haar vrienden.”

 

Sadistische mishandeling

Naast seksueel misbruik zijn er verhalen van mishandeling. Van nonnen, van wie niet bekend is dat ze zich schuldig maakten aan seksuele handelingen, wordt gezegd dat ze snel overgingen tot fysiek geweld, bijvoorbeeld slaan met stokken. Fysieke mishandeling kwam ook voor op het Sint Paulus College, een lagere school in Groot Kwartier van de Broeders van Dongen, een congregatie sinds 1948 actief op Curaçao. Ondanks dat de tijdsgeest in ogenschouw moet worden genomen waarin kinderen het ook thuis zwaar te verduren hadden, was Ralph Raveneau (61) één van de slachtoffers uit de jaren zestig van het sadisme van de gevreesde Broeder P., die kinderen terroriseerde, vernederde, bespuugde en mishandelde. Een broeder die dusdanige vreselijke lijfstraffen gaf dat angst de herinneringen kleurt van kinderen van deze school.

In de jaren vijftig en zestig waren het met name Nederlandse geestelijken die op Curaçao verbleven: de Fraters van Tilburg, Broeders van Dongen, vele priestercongregaties en nonnenordes. Toen in de jaren zeventig het aantal roepingen terugliep, dreigde een tekort aan geestelijken, zodat priesters uit Latijns-Amerika werden gehaald, met name Colombia.

Als slot van dit artikel het verhaal van Aldrico Amando Felida, die als veertienjarige misdienaar in 1976 het slachtoffer werd van de Colombiaanse pastoor Fabias in de parochie Jan Doret. Toen Fabias de jongens uitnodigde te blijven slapen om te oefenen voor de processie, moest Felida als uitverkoren misdienaar ‘extra oefenen’ in de kamer van de pastoor, waar deze bij hem kwam liggen en Felida afschuwelijke dingen liet doen. “Je voelt dat het verboden is, maar wie zou je geloven? Je hoopte dat het snel over was.” Toen het misbruik bij Aldrico’s ouders aan het licht kwam, vertrok de pastoor snel daarna, verbannen naar Colombia, zei men. In de preek kort na het incident werd de parochianen verteld dat de jongens in het dorp de kerk niet meer dienden en een duivelse weg waren ingeslagen.

Een jaar daarna vertrok Felida naar Nederland, waar hij jaren beleefde van depressie tot zelfmoordpogingen aan toe. “Ik raakte in de war over mijn seksualiteit. Was ik homofiel? Had ik het uitgelokt? Zelfs na de geboorte van mijn zoon kwam alles weer naar boven.” Felida ging in 2008 terug om het af te sluiten, jaren voordat het onderwerp breed in de belangstelling van de media kwam. Pater Römer, Fabias’ opvolger nam hem mee naar het bewuste kamertje en vertelde dat bisschop Ellis destijds op de hoogte was van Fabias’ misbruik, zowel op Curaçao als in Colombia vóór zijn aanstelling in Jan Doret. De alom zeer geliefde Römer bleek van veel meer misbruik op de hoogte, ook na Felida’s vertrek.

Het was publiek geheim - wat oud-politicus en oud-onderwijzer Stanley Brown bevestigde - dat Colombiaanse priesters die misbruik pleegden door het bisdom Willemstad in de jaren tachtig en negentig werden verbannen om ze uit handen van justitie te houden. Overgeplaatst en niet gestraft, zodat het misbruik elders kon verdergaan.

Felida bezocht Ellis’ opvolger bisschop Secco, die zei dat hij nooit misbruikgevallen kreeg overgedragen, maar stuurde uiteindelijk een excuusbrief, waarin ‘vergiffenis werd gevraagd voor het misbruik en alle gevolgen daarvan gedurende zijn leven’.

Reageren op dit artikel kan via Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. . De mails zullen worden doorgestuurd naar Robert Chesal en Joep Dohmen en discreet worden behandeld.