Home Opinie Commentaar We gaan gewoon verder
We gaan gewoon verder PDF Afdrukken E-mail
vrijdag, 16 december 2011 10:03

Geen eenzijdig opzeggingsrecht van de consensus-Rijkswetten, geen uitholling van het Statuut door het schrappen van de waarborgfunctie door Nederland en voorlopig geen verwijzing voor Curaçao met betrekking tot de bepaling voor onafhankelijkheid in het Statuut (artikel 58 tot en met 60). Conclusie van de Koninkrijksconferentie van dinsdag was dat niet aan het Statuut wordt getornd en dat alle vier de landen in het Koninkrijk samen verder gaan.

Van de ophef vooraf – dat minister-president Gerrit Schotte zich zal inzetten voor de onafhankelijkheid van Curaçao – is weinig overgebleven. Een storm in een glas water lijkt het wel. Werkelijkheid is dat de regering nooit het mandaat heeft gekregen om over onafhankelijkheid te onderhandelen.

Tijdens het referendum van 1993 heeft 99,5 procent van de stemmers gekozen voor een vorm van behoud van het Koninkrijk en in 2005 was dit percentage 95,2 procent. In 2010 heeft ook een meerderheid van 52 procent gestemd voor de consensus-Rijkswetten, waarbij Nederland toezicht houdt op justitiële en financiële taken.

De Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Piet Hein Donner, kon het vorige week niet beter zeggen. “Alleen de bevolking van Curaçao kan kiezen voor onafhankelijkheid.” Maar zover is het nog niet, zoals dinsdag is gebleken.

Pluspunt van de Koninkrijksconferentie was dat op het gebied van buitenlands beleid de Caribische landen meer inspraak krijgen.

Het zal de komende dagen moeten blijken of dit pluspuntje genoeg is voor coalitiepartner Pueblo Soberano (PS), die de grote voorvechter is voor een ‘soeverein Curaçao’. Als een eerste stap richting verkrijgen van onafhankelijkheid een principieel punt is voor PS, kan dit een breekpunt worden voor het kabinet. Maar de ervaring leert dat bij de huidige coalitie meningsverschillen met een sisser aflopen.