Home Ñapa Ñapa Zorgeloos kind mogen zijn
Zorgeloos kind mogen zijn PDF Afdrukken E-mail
zaterdag, 27 april 2013 09:22

Tekst: Marja Berk Foto’s: Ken Wong Degelijke kinderopvang behoeft goed opgeleid personeel om de kinderen op de juiste wijze te verzorgen en spelenderwijs de basiseducatie te geven. Zo’n kinderdagverblijf is Bambino, gevestigd aan de Bramendiweg.

Debbie Pocorni is de eigenaresse en richtte in 2004 het kinderdagverblijf op. “Eigenlijk met als doel op Curaçao een medisch kinderdagverblijf te beginnen. Dat is helaas maar voor een deel gelukt en voor een deel ook niet.” Gevraagd naar dat laatste deel antwoordt ze: “De term medisch kinderdagverblijf is hier onbekend, dus men wist niet waar wij onder moesten vallen. Het werd óf de Gezondsheidszorg óf de Dienst Cultuur en Educatie. Tot nu toe zijn we bijna negen jaar verder en staat het nog steeds niet als medisch kinderdagverblijf geregistreerd.” Ze houdt zich in, trekt slechts een wenkbrauw op. Maar een goed verstaander merkt het onbegrip. Pocorni ging echter door met haar plan en richtte zich op een combinatie van niet-medische kindjes en medische kindjes. Ze praat overigens liever over zorgkinderen.

“We hebben gemerkt dat het bij zorgkinderen niet slechts om een lichamelijke aandoening gaat; er zitten ook kindjes bij die op een andere wijze extra zorg behoeven.” Daarbij gaat het om geestelijke achterstand en kinderen die verwaarloosd of mishandeld worden. “Kortom”, vult Pocorni aan, “kinderen die uit een slechte thuissituatie komen. We zijn eigenlijk met deze doelgroep in aanraking gekomen door het Wit-Gele Kruis. Die instantie signaleert bepaalde problematiek en neemt dan contact met ons op.”

Er werd een samenwerkingsverband opgericht dat tot op de dag van vandaag prima verloopt. Pocorni is zich bewust van het feit dat veel stichtingen op het eiland zich hard maken voor dergelijke kinderen, maar is van mening dat deze stichtingen zonder uitzondering langs elkaar heen werken. “Ik ben jaren geleden beziggeweest om een platform op te richten met organisaties die dezelfde doelstellingen hebben, maar het werkt niet. Ik weet niet wat dat is. In eerste instantie probeerde ik het met de kinderdagverblijven. Hoe handig is het om problemen met elkaar te bespreken of inspiratie van elkaar op te doen?” Ze kreeg het niet van de grond. “Ik heb aan mijn lobby wel een aantal contacten overgehouden, maar dat zijn er eigenlijk bitter weinig. Ik vermoed dat men bang is de eigen problematiek openbaar te maken, ik weet het anders ook niet. Terwijl je juist steun kunt vinden bij elkaar.” Haar teleurstelling is zichtbaar.

Pocorni, zelf trotse moeder van een jongen en een meisje was jarenlang werkzaam als verpleegkundige op een kinder intensive care in Nederland én op Curaçao. Ze is druk doende met haar kinderopvang en denkt verder dan haar spreekwoordelijke neus lang is. Zij startte in 2005 het project ‘Samen naar de opvang’. “Dit project werd gefinancierd door de Amfo (Antilliaanse Medefinancierings Organisatie, red.). We wisten dat deze ondersteuning zou aflopen en daarmee ook aan ‘Samen naar de opvang’ een eind zou komen. Vanaf dat moment zou de overheid het moeten overnemen. Maar de huidige overheid heeft totaal geen interesse getoond.” Er valt een veelbetekenende stilte na haar laatste zin.

Tegenover Pocorni zit Rena Marchena. Zij doet vrijwilligerswerk bij Bambino en haar eigen twee jonge kinderen zijn er ook dagelijks te vinden. Marchena tracht, sinds het afhaken van de Amfo, donaties binnen te krijgen om het voortbestaan van Bambino te kunnen garanderen. “Ik werk momenteel niet, maar van mijn vorige baan heb ik veel contacten overgehouden en die schakel ik dan ook in.”

Pocorni en Marchena werken momenteel hard aan een nieuw project: ‘Mi Mati’. Pocorni licht toe wat het inhoudt en wat achtergrondinformatie maakt duidelijk waarom zij project ‘Mi Mati’ zo belangrijk vindt. “Met mijn partner onderhield ik een Foster Parent-kindje in Afrika. Op die manier kon het kindje naar school gaan en gekleed worden. Het geld werd ook gebruikt voor de ondersteuning van de gemeenschap waar dit kindje woonde.” Omdat Amfo de financiële ondersteuning stopte, kwam zij op het idee een eigen Foster Parent Plan op te zetten. De werkwijze van ‘Mi Mati’ is gelijk aan dit plan. Pocorni vervolgt: “Zorgkinderen moeten in de gelegenheid worden gesteld om de juiste begeleiding te krijgen, maar als de ouders daar geen geld voor hebben, moet je iets anders verzinnen. Ik vind het schrijnend dat sommige zorgkinderen weg moesten omdat we het geld voor de juiste begeleiding niet meer hadden. Gelukkig deelden sommige ouders van kinderen die geen speciale zorg behoeven, onze mening. Zij boden aan een financiële bijdrage te leveren om op die manier die zorgkinderen bij ons te kunnen houden. Vergeet niet dat hun kinderen bevriend waren geraakt met kindjes die de ondersteuning wél nodig hebben en eigenlijk is op die manier de bal gaan rollen. En dát is wat ik zoek! Mensen die een maandelijkse bijdrage willen leveren middels een vast bedrag.” Een financiële adoptie van een zorgkindje dus. Dat, volgens Pocorni, adequate hulp verdient. “We proberen natuurlijk zoveel mogelijk reclame voor ‘Mi Mati’ te maken door middel van onze eigen website en Facebook. We hebben ook een kleine stapel flyers laten drukken, we hadden geen geld voor méér. Maar ik hoop dat dat in de toekomst gaat veranderen. Informatie over ‘Mi Mati’ is ook te vinden in De Kinderkrant.” En laat nou Kinderopvang Bambino de uitgever van ‘De Kinderkrant’ zijn. In dit magazine kunnen ouders informatie vinden voor hun kinderen zoals: vrijetijdsbesteding, sport/spel, muziek/toneel, kleding en schoenenwinkels, pedagogische, educatieve en gezondheidsartikelen, informatie over scholen en kinderdagverblijven, maandelijkse activiteitenagenda en nog veel meer. “De designer werkt gratis voor ons en heeft ook ten aanzien van ‘Mi Mati’ zijn hulp aangeboden. Natuurlijk wordt in De Kinderkrant ook ruim aandacht besteed aan dit project.”

Waar vind ik die krant? “Veel bedrijven adverteren in deze krant, daar kan je de krant ook vinden. Bij de DA bijvoorbeeld. Maar de krant is ook te vinden op scholen.”

Stel nou dat ‘Mi Mati’ storm gaat lopen? Waar laat je dan de zorgkinderen als je zelf geen plek meer hebt? Pocorni lacht en zegt: “Een goede vraag, maar daar zijn we op voorbereid. We hebben al contact gezocht met een aantal geschikte kinderdagverblijven en zij hebben hun medewerking toegezegd. Je kunt deze kinderen niet zomaar in een willekeurig kinderdagverblijf plaatsen, dus hantering van selectiecriteria was een must.” Pocorni is van mening dat er op Curaçao een tekort aan goede kinderopvang bestaat, omdat iedereen een kinderopvang kan beginnen. “Alle begeleidsters die bij Bambino rondlopen zijn gediplomeerd. Zij hebben minimaal SPW-4 (Sociaal Pedagogisch Werker), dat is mbo-niveau. Maar we hebben ook hbo-ers in dienst. Het geeft garantie voor een uitstekende opvang. Zij weten waar ze over praten, hebben hun papieren. Een kinderdagverblijf kan zich geen onkunde permitteren. Daar zijn kinderen te waardevol voor.” Haar medewerksters krijgen het salaris uit de inkomsten van betalende ouders.

Marchena trekt op duidelijke wijze de vergelijking met sommige andere kinderdagverblijven. “Er zijn kinderdagverblijven met één tante voor twintig kinderen! Om goed toezicht en inzicht te behouden, is dat veel te weinig. Hoe doe je dat? Wij hebben twee tantes én een stagiaire voor twaalf kinderen. Dan is het te overzien en krijgt elk kind de aandacht en veiligheid die het nodig heeft. Je moet ze toch goed in de gaten kunnen houden?”

Bij Pocorni staat overigens de emotionele ontwikkeling bovenaan. “Vooral kinderen met een achterstand moeten zich staande zien te houden, dus het eerste dat we doen is het kind zelfvertrouwen geven. Dat hij er mag zijn, dat hij met andere kinderen mag spelen en dat al het speelgoed gebruikt mag worden. Het zijn de basisdingen die heel belangrijk zijn. Bovendien leren alle kinderen met elkaar om te gaan, zorgkind of niet.” Met deze overtuiging ziet Pocorni ‘haar’ kinderen groeien en opbloeien. Bestaat er geen risico dat de thuissituatie het behaalde resultaat weer teniet doet? “Bij kinderen die binnenkomen via het Wit-Gele Kruis, krijgt het gezin ook thuis begeleiding van die stichting”, verduidelijkt Pocorni.

Een rondgang door Bambino leert dat er niet alleen veel aandacht is voor alle kinderen zelf. Elke leeftijdsgroep heeft een eigen binnen- en buitenruimte.Van babyleeftijd tot de naschoolse opvang. Want ook dat is mogelijk. De ruimtes zijn qua inrichting vrolijk en heel licht. Op elkaar afgestemd ook. Speelgoed en educatiemateriaal zijn netjes uitgesorteerd . Het is er schoon en in de keuken ruikt het heerlijk naar de lunch die voor de kinderen wordt klaargemaakt. De buitenplaatsen zijn ruim, zien er keurig uit en er is veel schaduw voorhanden. Een peuter probeert met zijn driewieler een stoepje op te komen. Als het na de derde keer niet lukt, krijgt hij hulp van een begeleidster die hem van verre al in de gaten hield.

Op de vraag waarom ik Foster Parent van ‘Mi Mati’ zou moeten worden, antwoordt Pocorni kort maar krachtig: “Je levert een belangrijke bijdrage aan onze gemeenschap! Ik zie hier zorgkinderen die hier letterlijk zorgeloos kunnen zijn. Ze zijn gelukkig in hun spel en gelukkig in hun contacten met andere kinderen. Ze mogen kind zijn, is dat niet geweldig! Daar doe je het toch voor? Zo klein als ze soms zijn, die kinderen torsen een hoop bagage mee. De interactie die je ziet tussen zorgkinderen en ‘normale’ kinderen is ontroerend.” Er is nagedacht over de verhouding tussen zorgkinderen en kinderen die geen speciale zorg behoeven. De laatste groep is in de meerderheid en derhalve in staat een zorgkind te leren hoe het ook kan. “Kinderen discrimineren niet”, zegt Pocorni beslist.

Meer informatie over het kinderdagverblijf en het project ‘Mi Mati’ is te vinden op www.bambinocuracao.com.