Home Opinie Commentaar Knieval Rijksministerraad
Knieval Rijksministerraad PDF Afdrukken E-mail
dinsdag, 29 november 2011 09:09

De Commissie Onderzoek Curaçao onder leiding van Paul Rosenmöller blies hoog van de toren: er moest een Commissie van Wijzen ingesteld worden die onderzoek zou doen naar onder meer de integriteit van MFK-regeringsleden Gerrit Schotte, George Jamaloodin en Abdul Nasser El Hakim. Die Commissie moest en zou er komen, met de dreiging van ingrijpen via artikel 43 lid 2 van het Statuut als ultimum remedium.

Die Commissie van Wijzen komt er dus niet. Dat was al enigszins op te maken na de bijeenkomst van de Rijksministerraad afgelopen vrijdag, en de Rijksministerraad neemt inderdaad genoegen met een onderzoek dat de regering van Curaçao, na alle druk, wil laten uitvoeren door Transparency International en dat naar eigen zeggen lange tijd, misschien zelfs een jaar, in beslag zal nemen.

“De Rijksministerraad is zich ervan bewust dat het onderzoek van Transparency International zich niet uitstrekt tot personen”, stelt minister van Koninkrijksrelaties Piet Hein Donner vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. En verder: “Het besluit van de regering van Curaçao om een gerenommeerde internationale organisatie in te schakelen ter beoordeling en zo nodig verbetering van de waarborging van fundamentele rechten en vrijheden, onderstreept mijn inziens dat de regering van Curaçao invulling geeft aan de verantwoordelijkheid die uit het Statuut voortvloeit”, aldus Donner.

De vraag blijft waarom er is gedreigd met de waarborgfunctie. Nederland kon weten dat dit op Curaçao zou werken als een rode lap op een stier en eerder een averechts effect zou hebben. De mogelijkheid om eronder uit te komen wordt door de Rijksministerraad duidelijk met beide handen aangegrepen. Donner schrijft zelfs in zijn brief van vandaag: “Uitgangspunt van deze brief vormt de constatering dat het Statuut van het Koninkrijk de burgers van de landen een democratische rechtsorde, goed bestuur en de eerbiediging van grondrechten waarborgt. Daarbij zijn in eerste instantie de autoriteiten van de onderscheiden landen verantwoordelijk voor de invulling van die waarborg.” Is het besef doorgedrongen dat ingrijpen niet te rechtvaardigen is, of spelen er andere zaken? Misschien dat de Tweede Kamer deze zaken nog boven tafel kan krijgen. Ondertussen heffen we aan deze kant van de oceaan het glas, doen een plas, en alles blijft zoals het was.